ECLI:NL:RBNHO:2024:1578

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
21 februari 2024
Publicatiedatum
16 februari 2024
Zaaknummer
10838329 CV EXPL 23-8122
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verstek
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:96 BWArt. 6:119 BWArt. 6:233 BW
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Onredelijk bezwarend bik-beding in huurovereenkomst vernietigd, huurachterstand toegewezen

In deze huurzaak vordert FlexWonen NH B.V. betaling van huurachterstand, buitengerechtelijke incassokosten, wettelijke rente en proceskosten van de gedaagde partij die niet is verschenen. De kantonrechter toetst ambtshalve de algemene voorwaarden en constateert dat artikel 6 van Pro de huurovereenkomst een rentebeding en een incassobeding bevat.

Het rentebeding is conform de wettelijke regeling en wordt gehandhaafd. Het incassobeding, dat buitengerechtelijke incassokosten al na een ingebrekestelling zonder betalingstermijn van 14 dagen oplegt, wordt als onredelijk bezwarend en oneerlijk beoordeeld en vernietigd. Hierdoor worden de gevorderde incassokosten afgewezen.

De huurachterstand en de rente worden toegewezen omdat deze niet onrechtmatig of ongegrond zijn. De gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van de huurachterstand, rente en proceskosten, inclusief nasalaris. Het vonnis is verstek gewezen en uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: De huurachterstand en rente worden toegewezen, het bik-beding inzake incassokosten wordt vernietigd en de incassokosten worden afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknr./rolnr.: 10806145 CV EXPL 23-5035
Uitspraakdatum: 21 februari 2024
Verstekvonnis in de zaak van:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
FlexWonen NH B.V.
gevestigd te Alkmaar
de eisende partij
gemachtigde: mr. H.J. Smit (Deurwaarderskantoor Holland)
tegen
[gedaagde]
wonende te [plaats]
de gedaagde partij
niet verschenen

1.De procedure

1.1.
De kantonrechter heeft op 27 december 2023 een tussenvonnis gewezen en de eisende partij in de gelegenheid gesteld de algemene voorwaarden over te leggen en zich uit te laten over de eventuele (on)eerlijkheid van daarin opgenomen bedingen. Op 24 januari 2024 heeft de eisende partij een akte genomen.

2.De vordering

2.1.
De eisende partij vordert – samengevat – betaling van de huurachterstand vermeerderd met buitengerechtelijke incassokosten, wettelijke rente en de proces- en nakosten.
2.2.
De eisende partij legt aan de vordering ten grondslag – kort weergegeven – dat de gedaagde partij tekortschiet in de nakoming van de huurovereenkomst.

3.De beoordeling

Ambtshalve toetsing van de algemene voorwaarden in de overeenkomst
3.1.
De eisende partij heeft in de akte gesteld dat er geen algemene voorwaarden van toepassing zijn op de bruikleenovereenkomst en dat zij de buitengerechtelijke incassokosten en rente vordert op grond van respectievelijk artikel 6:96 lid 2 onder Pro c en artikel 6:119 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW).
3.2.
De kantonrechter stelt echter vast dat de overeenkomst een beding bevat dat kwalificeert als algemene voorwaarde, namelijk artikel 6. Dat luidt als volgt:

Indien de door de gebruiker verschuldigde vergoeding niet op de eerste dag van de maand waarover zij verschuldigd is door FlexWonen NH zal zijn ontvangen, zal gebruiker daarover mede de wettelijke rente verschuldigd zijn, zonder dat enige (nadere) ingebrekestelling zal zijn vereist. Tevens zal gebruiker na een ingebrekestelling buitengerechtelijke incassokosten berekend conform artikel 6:96 BW Pro verschuldigd zijn, met een minimum van € 40,- te vermeerderen met BTW.”
3.3.
De eerste zin van artikel 6 is Pro een rentebeding. Dit is in overeenstemming met de regeling in artikel 6:119 BW Pro. Dit beding is daarom niet oneerlijk.
3.4.
De tweede zin van artikel 6 is Pro een incassobeding. De kantonrechter is van oordeel dat dit beding als oneerlijk moet worden aangemerkt, omdat het ten nadele van de consument afwijkt van de wettelijke regeling over buitengerechtelijke incassokosten. Op grond van dit beding zijn die kosten namelijk al verschuldigd na het versturen van een ingebrekestelling. Dat is echter niet conform de wet. Op grond aan het bepaalde in artikel 6:96 lid 6 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) moet de aanmaning voldoen aan de door de Hoge Raad in zijn arrest van 25 november 2016 (ECLI:NL:HR:2016:2704) gestelde eisen, waaronder een betalingstermijn van 14 dagen. Contractuele afwijking van dwingendrechtelijke bepalingen is, op grond van het arrest van de Hoge Raad van 10 februari 2023 onredelijk bezwarend in de zin van art. 6:233, aanhef en onder a, BW en daarmee oneerlijk in de zin van de Richtlijn.
3.5.
De eisende partij is al in de gelegenheid gesteld om zich uit te laten over mogelijke oneerlijke bedingen. De kantonrechter ziet daarom geen aanleiding om die gelegenheid nogmaals te bieden. Gelet op hetgeen is overwogen in rechtsoverweging 3.4. vernietigt de kantonrechter de tweede zin van artikel 6 van Pro de huurovereenkomst die ziet op de buitengerechtelijke incassokosten. Dat heeft tot gevolg dat de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen. Na vernietiging van een oneerlijk beding kan immers geen aanspraak worden gemaakt op de in een bepaling van aanvullend nationaal recht vastgestelde wettelijke vergoeding die zonder dat beding van toepassing zou zijn geweest.
Huurachterstand en rente
3.6.
De gevorderde hoofdsom zal worden toegewezen, omdat deze de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt. Dat geldt ook voor de gevorderde rente.
Proceskosten
3.7.
De gedaagde partij wordt overwegend in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld.
3.8.
Daarbij wordt de gedaagde partij ook veroordeeld tot betaling van € 67,50 aan nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door de eisende partij worden gemaakt.

4.De beslissing

De kantonrechter:
4.1.
veroordeelt de gedaagde partij om aan de eisende partij te betalen een bedrag van € 552,98 aan achterstallige huurpenningen en rente, vermeerderd met de wettelijke rente over € 530,75 vanaf 7 november 2023 tot aan de dag van volledige betaling;
4.2.
veroordeelt de gedaagde partij in de proceskosten, tot op heden aan de zijde van de eisende partij begroot op:
€ 107,84 wegens dagvaardingskosten,
€ 322,00 wegens griffierecht en
€ 135,00 wegens salaris gemachtigde;
4.6.
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van € 67,50 aan nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door de eisende partij worden gemaakt;
4.7.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.M. Kruithof en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter