Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de meervoudige kamer van 25 januari 2024 in de zaak tussen
Procesverloop
Overwegingen
Geschil20. In geschil is of eiseres een (verkapte) winstuitdeling heeft gedaan aan haar (indirecte) aandeelhouders [naam 1] , [naam 3] en [naam 2] . Indien dat het geval is, is in geschil of eiseres de vereiste aangifte heeft gedaan en is de hoogte van de door verweerder in aanmerking genomen (verkapte) winstuitdeling in geschil. Ook is tussen partijen in geschil of de vergrijpboete terecht en tot het juiste bedrag is opgelegd.
Vereiste aangifte (omkering bewijslast)
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
- vermindert de navorderingsaanslag Vpb 2014 naar een berekend met een belastbare winst van € 606.111;
- vermindert de beschikking belastingrente dienovereenkomstig;
- vernietigt de boetebeschikking opgelegd bij de navorderingsaanslag Vpb 2014;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde uitspraak op bezwaar;
- veroordeelt verweerder tot betaling aan eiseres van € 494 als vergoeding voor immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn;
- veroordeelt de Staat (minister van Justitie en Veiligheid) tot betaling aan eiseres van € 381 voor vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn;
- veroordeelt verweerder tot betaling van € 656,25 aan proceskosten aan eiseres, en
- bepaalt dat verweerder het griffierecht van € 360 aan eiseres moet vergoeden.