ECLI:NL:RBNHO:2024:4219
Rechtbank Noord-Holland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tijdelijke maatschappelijke opvang op grond van Wmo 2015
Verzoeker diende op 28 maart 2024 een spoedaanvraag in voor tijdelijke maatschappelijke opvang op grond van de Wmo 2015. De gemeente Haarlem wees deze aanvraag op 4 april 2024 af omdat verzoeker en zijn zoon niet tot de doelgroep behoren en zelfredzaam zijn. Verzoeker maakte bezwaar en vroeg een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelde dat opvang op grond van de Wmo 2015 bedoeld is voor personen die zich niet op eigen kracht kunnen handhaven en dat de wet niet bedoeld is voor huisvestingsproblemen. Verzoeker heeft werk en inkomen en zoekt vooral een oplossing voor huisvesting. Het screeningsgesprek van 13 maart 2024 was voldoende om de afwijzing voorlopig te rechtvaardigen.
Verzoeker stelde dat het besluit in strijd is met artikel 3 IVRK Pro, maar de rechter vond dat de belangen van het kind voldoende zijn meegewogen. De rechter wees het verzoek om voorlopige voorziening af en zag geen aanleiding voor vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening voor tijdelijke maatschappelijke opvang wordt afgewezen.