ECLI:NL:RBNHO:2024:4698
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit toekenning Ziektewet-uitkering wegens onvoldoende motivering arbeidsongeschiktheid
De rechtbank Noord-Holland behandelde het beroep van een werkgever tegen het besluit van het UWV om een Ziektewet-uitkering toe te kennen aan haar ex-werknemer, die zich ziek meldde vanaf 10 oktober 2022. De werkgever betwistte dat de werknemer ziek uit dienst was gegaan en stelde dat de arbeidsongeschiktheid niet deugdelijk was vastgesteld.
De rechtbank oordeelde dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep onvoldoende had gemotiveerd dat de arbeidsongeschiktheid op 10 oktober 2022 was ingetreden. De werknemer verrichtte sinds september 2022 aangepast werk (kassawerkzaamheden) en was daarmee niet ongeschikt voor zijn functie. De laatst verrichte arbeid is bepalend voor de beoordeling van arbeidsongeschiktheid volgens artikel 19 ZW Pro en relevante jurisprudentie.
Daarom werd het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiseres. De rechtbank zag geen aanleiding voor een bestuurlijke lus of het in stand laten van de rechtsgevolgen van het besluit.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot toekenning van de ZW-uitkering wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering van arbeidsongeschiktheid.