Een huurder van een woning is het niet eens met het renovatievoorstel van haar verhuurder, de woningbouwvereniging Woonwaard. De verhuurder heeft meer dan 70% van de huurders laten instemmen met het voorstel, waardoor het voorstel op grond van de wet wordt vermoed redelijk te zijn. De huurder vordert een verklaring voor recht dat het voorstel onredelijk is en een verhuisvergoeding, maar slaagt er niet in dit vermoeden te ontzenuwen.
De kantonrechter stelt vast dat de huurder verschillende praktische bezwaren heeft, maar deze leiden niet tot onredelijkheid van het voorstel. De verhuurder heeft bovendien adequaat informatie en compensatie geboden, waaronder een volledig ingerichte wisselwoning, een vergoeding van € 2.656,00, een nieuwe PVC vloer en hulp bij verhuizing en opslag van de inboedel. De huurder heeft onvoldoende onderbouwd dat zij aanvullende kosten moet maken.
De kantonrechter wijst daarom de vordering af en veroordeelt de huurder tot betaling van proceskosten. Daarnaast wordt de huurder veroordeeld om de woning tijdelijk te ontruimen bij aanvang van de renovatiewerkzaamheden eind april 2024, zodat de verhuurder de renovatie kan uitvoeren. De subsidiaire dwangsom wordt niet toegewezen, omdat de primaire ontruimingsmaatregel voldoende is.
Deze uitspraak bevestigt het wettelijke regime rond complexgewijze renovaties waarbij instemming van 70% van de huurders het voorstel vermoedelijk redelijk maakt, en benadrukt het belang van voldoende onderbouwing door de huurder om dit te weerleggen.