Uitspraak
wonende te [woonplaats] ,
wonende te [woonplaats] ,
gevestigd te Utrecht,
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beantwoording van de prejudiciële vragen
4.Beslissing
1 april 2022.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De zaak betreft prejudiciële vragen over de toepassing van art. 7:220 BW Pro inzake verhuiskostenvergoeding bij renovatie van woonruimte. Huurders verbleven tijdens renovatiewerkzaamheden tijdelijk in een volledig ingerichte en gestoffeerde wisselwoning die door de verhuurder werd aangeboden. Zij vorderden de minimumbijdrage in verhuis- en inrichtingskosten.
De Hoge Raad overweegt dat de wettelijke regeling een forfaitaire minimumbijdrage kent voor noodzakelijke verhuizingen vanwege renovatie. Deze vergoeding is bedoeld om huurders schadeloos te stellen voor kosten zoals verplaatsing van inboedel en herinrichting. Wanneer de verhuurder een redelijke en passende voorziening treft door het aanbieden van een volledig ingerichte wisselwoning, hoeft de huurder deze kosten niet te maken en bestaat geen recht op de minimumbijdrage.
De Hoge Raad beantwoordt de prejudiciële vragen dat huurders die tijdelijk in een door de verhuurder ter beschikking gestelde, volledig ingerichte wisselwoning verblijven, geen aanspraak maken op de minimumbijdrage. Dit geldt ook als zij het aanbod niet accepteren, mits de voorziening redelijk is. Kosten die toch worden gemaakt, zoals vervoers- en opslagkosten of herinrichtingskosten, kunnen wel worden vergoed op grond van art. 7:220 lid 2 BW Pro in verbinding met art. 7:208 BW Pro.
De uitspraak benadrukt het dwingendrechtelijke karakter van de regeling en het forfaitaire karakter van de minimumbijdrage, met als doel rechtszekerheid en het vermijden van geschillen over daadwerkelijke kosten. De Hoge Raad ziet af van beantwoording van de zesde prejudiciële vraag en legt de proceskosten bij de verhuurster.
Uitkomst: Huurders die tijdelijk verblijven in een volledig ingerichte wisselwoning tijdens renovatie hebben geen recht op de wettelijke minimumbijdrage in verhuis- en inrichtingskosten.