ECLI:NL:RBNHO:2024:7469
Rechtbank Noord-Holland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen sluiting bedrijfspand op grond van Opiumwet
Verzoeker, eigenaar van een bedrijfspand, verzocht om een voorlopige voorziening tegen het besluit van de burgemeester om het pand voor zes maanden te sluiten op grond van de Opiumwet. De sluiting volgde op een strafvorderlijke doorzoeking waarbij een grote hoeveelheid softdrugs en gerelateerde goederen werd aangetroffen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat er geen sprake was van onverwijlde spoed, omdat verzoeker als professionele verhuurder meerdere panden verhuurt en geen financiële noodsituatie aannemelijk maakte. Tevens kon verzoeker op afspraak het pand betreden voor controle en het verwijderen van persoonlijke spullen.
De rechter vond het besluit niet evident onrechtmatig. De omvang van de aangetroffen drugs en de professionele aard van de drugshandel rechtvaardigen de sluiting ter bescherming van het woon- en leefklimaat. Verzoeker kon geen adequaat toezicht op het pand aantonen en werd daarom deels verwijtbaar geacht.
Daarom bleef het besluit naar verwachting in bezwaar in stand en werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de sluiting van het bedrijfspand wordt afgewezen.