ECLI:NL:RVS:2019:2462
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging sluiting bedrijfspand wegens betrokkenheid bij internationale drugshandel
Appellanten zijn eigenaren van een bedrijfspand in Baarle-Nassau dat werd verhuurd aan een autoschadeherstelbedrijf. Na een inval waarbij 24 kg cocaïne werd aangetroffen, besloot de burgemeester het pand voor 12 maanden te sluiten op grond van de Opiumwet. Dit besluit werd door de Afdeling bestuursrechtspraak vernietigd wegens onvoldoende motivering, waarna de burgemeester een nieuw besluit nam dat het bezwaar van appellanten ongegrond verklaarde.
De burgemeester baseerde zijn besluit mede op een aanvullende bestuurlijke rapportage die het pand betrok bij een professioneel internationaal drugscircuit. Appellanten voerden aan dat deze rapportage niet aan het besluit ten grondslag mocht worden gelegd, dat de sluiting niet noodzakelijk was, dat hen geen verwijt kon worden gemaakt en dat de sluiting leidde tot reputatieschade en inkomensverlies.
De Afdeling oordeelde dat de burgemeester de nieuwe feiten mocht betrekken bij zijn heroverweging en dat de sluiting in overeenstemming was met het handhavingsbeleid. De ernst van de situatie en het belang van het voorkomen van herhaling rechtvaardigden de sluiting. Appellanten hadden onvoldoende toezicht gehouden op het pand, ondanks verdachte signalen, waardoor hen wel een verwijt kon worden gemaakt.
De Afdeling concludeerde dat geen bijzondere omstandigheden waren aangevoerd die een uitzondering op de sluiting rechtvaardigen. Het beroep werd ongegrond verklaard en het besluit van 27 augustus 2018 bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de sluiting van het bedrijfspand wordt ongegrond verklaard en het besluit tot sluiting voor 12 maanden blijft in stand.