Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 juli 2024 in de zaak tussen
[eiser] , wonende te Badhoevedorp, eiser
de Dienst Toeslagen, verweerder.
Procesverloop
[naam 2] en [naam 3] .
Overwegingen
- verweerder in strijd heeft gehandeld met artikel 7:4 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) door de ‘afgestempelde’ verzendenveloppen niet ter inzage te leggen;
- of het voldoende controleerbaar is of eisers bezwaar is behandeld door een persoon die betrokken is geweest bij de totstandkoming van het primaire besluit;
- eiser door verweerders handelen genoodzaakt is geweest in bezwaar en beroep te gaan;
- eiser recht heeft op een dwangsom;
- eiser recht heeft op vergoeding van immateriële schade in verband met de overschrijding van de redelijke termijn;
- [naam 6] beroepsmatig rechtsbijstand heeft verleend aan eiser.
€ 15) heeft gehad bij de onderhavige procedure. Eiser heeft op geen enkel moment in de procedure gesteld, laat staan onderbouwd, in hoeverre de rentebeschikking tot een te hoog bedrag zou zijn vastgesteld. Daar komt nog bij dat eiser (of zijn gemachtigde) zelf kon nagaan dat het juiste bedrag aan invorderingsrente in rekening is gebracht (zie ook overweging 19) en dat hij dus geen financieel belang had bij de procedure. Zoals ook uit overweging 29 volgt, telt eisers vordering betreffende de dwangsom niet mee bij het bepalen van het financiële belang bij deze procedure. Voorts is het eiser, gelet op andere door hem gevoerde procedures, bekend dat tegen verrekening geen bezwaar en beroep mogelijk is. Gelet op het voorgaande laat de rechtbank het bij de constatering dat de redelijke termijn is overschreden en wijst zij eisers verzoek om vergoeding van immateriële schade af.
Beslissing
- verklaart zich onbevoegd voor zover het beroep betrekking heeft op de verrekeningsbeschikking;
- verklaart het beroep voor het overige ongegrond; en
- wijst het verzoek om vergoeding van immateriële schade af.
mr. J.M. Kempers, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 12 juli 2024.