Uitspraak
200608140/1), wordt, behoudens onder bijzondere omstandigheden, spanning en frustratie als grond voor vergoeding van immateriële schade bij overschrijding van de redelijke termijn verondersteld. De geringe hoogte van het te betalen bedrag rechtvaardigt in dit geval die veronderstelling echter niet. Niet aannemelijk is dat [appellant] door de lengte van deze procedure zodanige spanning en frustratie heeft ondervonden, dat deze grond opleveren voor een financiële genoegdoening. De vaststelling dat de redelijke termijn is overschreden moet in dit geval als een voldoende genoegdoening worden aangemerkt. Het betoog leidt dan ook niet tot het daarmee beoogde doel.