ECLI:NL:RBNHO:2024:7858
Rechtbank Noord-Holland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bezwaar tegen toepassing vervangende hechtenis na niet-uitvoering taakstraf afgewezen
De politierechter heeft op 16 februari 2024 een taakstraf van 60 uren opgelegd met een vervangende hechtenis van 30 dagen bij niet-uitvoering. Het Openbaar Ministerie besloot op 29 juni 2024 tot toepassing van vervangende hechtenis, waarvan de veroordeelde op 16 juli 2024 in kennis werd gesteld.
De veroordeelde diende op 17 juli 2024 bezwaar in tegen deze beslissing. De rechtbank behandelde het bezwaar op 29 juli 2024, waarbij een vormverzuim inzake ondertekening door de officier van justitie werd hersteld. De verdediging verzocht om een nieuwe kans voor de veroordeelde om de taakstraf alsnog uit te voeren, mede vanwege persoonlijke omstandigheden.
De reclassering rapporteerde echter dat de veroordeelde de taakstraf niet had verricht en zich op grove wijze had misdragen tegenover de reclasseringsmedewerker, wat leidde tot stopzetting van de werkstraf. De rechtbank oordeelde dat de veroordeelde verwijtbaar heeft gehandeld en dat de vervangende hechtenis terecht is bevolen. Het bezwaar werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de toepassing van vervangende hechtenis wordt ongegrond verklaard en de vervangende hechtenis blijft van kracht.