Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Aquarel, Glazenwas-en Schoonmaakbedrijf B.V.,
1.Het procesverloop
2.De feiten
3.Het verzoek
4.Het verweer en het (voorwaardelijk) tegenverzoek
5.De beoordeling
“DSM 5: 303.90 Stoornis in alcoholgebruik, matig/ernstig”is gesteld en behandeling van [verzoeker] inmiddels is gestart. Verder heeft [verzoeker] de Politie Noord-Holland gevraagd om een afschrift van registraties waaruit blijkt dat zij verschillende keren onder invloed 112 en 113 heeft gebeld. Daarop heeft de politie een overzicht verstrekt van registraties betreffende [verzoeker] als ‘verward persoon’ en ‘hulpbehoevend’ op (onder meer) 5, 8, 10 en 31 augustus 2023. Ook e-mailcorrespondentie met de bedrijfsarts bevestigt dat [verzoeker] lijdt onder haar alcoholgebruik. Zo schrijft [verzoeker] op 22 augustus 2023 om 16:57 uur aan de bedrijfsarts:
“[betrokkene 2] ret me alsjeblieft. Ik ben nu RET aan het lezen en heb gedronken.”, waarop de bedrijfsarts diezelfde dag om 17:44 uur schrijft dat Be Responsible (expert in verslavingsproblematiek op de werkvloer) op korte termijn contact met [verzoeker] zal opnemen. Op basis van deze (medische) informatie neemt de kantonrechter aan dat [verzoeker] kampte met een alcoholverslaving toen zij op staande voet werd ontslagen.
“en de problemen die jij ervaart vanwege het gebruik van alcohol”.Bovendien blijkt uit de eigen stellingen van Aquarel dat zij op 29 augustus 2023 in elk geval vermoedde dat daarvan sprake was. Aquarel zegt immers dat zij tijdens het gesprek aan [verzoeker] heeft gevraagd of zij een drank- of drugsprobleem heeft. De stelling van Aquarel dat [verzoeker] die vraag ontkennend heeft beantwoord is niet te rijmen met de hiervoor geciteerde zinsnede uit de ontslagbrief. Daarnaast had het advies van de bedrijfsarts dat [verzoeker] een gerichte interventie volgt om aan haar klachten te werken aanleiding moeten zijn voor Aquarel om hiermee rekening te houden. Daarbij weegt mee dat Aquarel ervoor heeft gekozen direct tot het ontslag op staande voet over te gaan zonder [verzoeker] hierover te horen. Indien in dat geval een naderhand naar voren gebrachte omstandigheid ertoe leidt dat geen dringende reden aanwezig is, moet dit risico voor de werkgever blijven (ECLI:NL:GHSGR:2010:BM1621).