Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
De zaak in het kort
De uitspraak
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Rechtbank Noord-Holland
De gemeente Oostzaan legde bestuurlijke boetes op aan kentekenhouders voor het negeren van een geslotenverklaring, gericht op het tegengaan van sluipverkeer. Betrokkenen bestreden deze boetes, stellende dat de gemeente hiertoe niet bevoegd was. De kantonrechter oordeelde in een eerdere tussenuitspraak dat artikel 154b van de Gemeentewet geen grondslag biedt voor het opleggen van boetes aan kentekenhouders voor deze overtreding.
De gemeente voerde aan dat de boetes terecht aan kentekenhouders werden opgelegd omdat zij ook de daadwerkelijke overtreder zouden zijn en dat artikel 154b wel een wettelijke basis bood. De rechtbank verwierp dit, stellende dat zonder wettelijke grondslag geen boete aan kentekenhouders kan worden opgelegd en dat artikel 154b die grondslag niet biedt voor geslotenverklaringen.
Voorts oordeelde de rechtbank dat artikel 2:47b van de APV en de bijbehorende verordening strijdig zijn met de Wegenverkeerswet 1994 en daarmee onverbindend en ongeldig. De boetes zijn daarom ten onrechte opgelegd en worden vernietigd. De gemeente wordt veroordeeld tot terugbetaling van betaalde zekerheden en tot vergoeding van de proceskosten van €1.499,00 aan betrokkenen.
Uitkomst: De bestuurlijke boetes opgelegd door de gemeente Oostzaan voor overtreding van de geslotenverklaring worden vernietigd en proceskosten aan betrokkenen toegekend.