Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
[adres] ,
1.Beschuldiging
2.Voorvragen
3.Beoordeling van het bewijs
voorlopigrapport forensisch pathologisch onderzoek van 15 april 2023 staat opgenomen. Dit betreft dus een voorlopig rapport, met uitdrukkelijk voorlopige interpretaties en conclusies. In dezelfde alinea als voornoemd citaat staat vermeld dat een gedetailleerd neuropathologisch onderzoek zal volgen. Dat onderzoek is vervolgens ook verricht en de resultaten daarvan, gerapporteerd op 5 september 2023, zijn door de forensisch patholoog betrokken in haar definitieve rapport van 23 oktober 2023. De forensisch patholoog heeft in dat rapport geconcludeerd dat het overlijden op basis van de krachtinwerking op het hoofd niet verklaard kan worden. De rechtbank ziet in het definitieve rapport van de forensisch patholoog geen aanwijzingen voor een val die heeft geleid tot bewustzijnsverlies.
- de wijze waarop hij het slachtoffer heeft vastgepakt,
- hoe stevig hij haar heeft vastgepakt (‘hartstikke stevig’, ‘lichtjes’),
- het moment waarop hij op haar lichaam heeft gelegen (of dat voor of na de poging tot mond-op-mondbeademing was),
- hoe lang hij op haar lichaam heeft gelegen (een halve minuut, vijf minuten, 10 minuten, 10 a 15 minuten),
- de positie waarin hij op/bij haar lichaam heeft gelegen,
- waar op haar lichaam hij bloed heeft gezien en
- op welk moment hij dat bloed zag.
. [2]
.Een dergelijke beperkte uitleg is niet verenigbaar met de strekking van artikel 151 Sr Pro als misdrijf tegen de openbare orde, gelet op het door de wetgever beoogde doel van ‘het behoud van lijken als bewijsmateriaal in strafzaken’ en met het, de kern van het delict weergevende, oogmerk om het overlijden te verhullen. [3] Onder ‘wegvoeren’ in de zin van artikel 151 Sr Pro wordt verstaan: het vervoeren naar een andere plaats.
4.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
doodslag
een lijk verbranden en wegvoeren met het oogmerk om het feit van het overlijden te verhelen
5.5. Strafbaarheid van de verdachte
6.Motivering van de sanctie
Het zal voor de rest van ons leven nooit meer hetzelfde zijn. Alles wat ik mee mag maken in de toekomst moet ik doen zonder ouders’. De zoons moeten omgaan met de wetenschap dat hun moeder door toedoen van hun eigen vader niet meer in leven is. De rechtbank realiseert zich dat geen enkele straf het verdriet en de pijn dat het overlijden van het slachtoffer heeft veroorzaakt, kan wegnemen.
7.Vorderingen benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregel
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Beslissing
10 (tien) jaren.
maatregel strekkende tot gedragsbeïnvloeding en vrijheidsbeperking.
€ 17.500,- (zegge: zeventienduizend vijfhonderd euro), bestaande uit affectieschade.
€ 20.000,- (zegge: twintigduizend euro), bestaande uit affectieschade.
€ 17.500,- (zegge: zeventienduizend vijfhonderd euro), bestaande uit affectieschade.