ECLI:NL:RBNHO:2025:1265
Rechtbank Noord-Holland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek werkgever tot schadevergoeding wegens onregelmatige opzegging werknemer
In deze zaak verzocht De Kastanjeboom, werkgever, de werknemer te veroordelen tot betaling van een gefixeerde schadevergoeding omdat de werknemer de arbeidsovereenkomst zonder inachtneming van de opzegtermijn had opgezegd. De arbeidsovereenkomst was aangegaan voor bepaalde tijd met een opzegtermijn van één maand. De werknemer had op 1 oktober 2024 per direct opgezegd, terwijl de opzegtermijn tot 1 november 2024 liep.
De kantonrechter stelde vast dat de werkgever zelf de arbeidsovereenkomst op 4 juni 2024 onregelmatig had opgezegd en vervolgens een vaststellingsovereenkomst had voorgesteld met een vroegere einddatum. Daarnaast was het loon over meerdere maanden niet betaald en was er discussie over nevenwerkzaamheden van de werknemer. De werkgever had bovendien in een brief aan de werknemer een alternatief geboden om per direct op te zeggen zonder opzegtermijn.
Gezien het ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever en het feit dat de werknemer al sinds juni 2024 feitelijk niet meer werkte, oordeelde de kantonrechter dat het onaanvaardbaar was dat de werkgever aanspraak maakte op de gefixeerde schadevergoeding. Ook had de werkgever nagelaten de werknemer te wijzen op de gevolgen van het niet in acht nemen van de opzegtermijn. Het verzoek tot schadevergoeding werd daarom afgewezen en de werkgever werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten.
Uitkomst: Verzoek werkgever tot schadevergoeding wegens onregelmatige opzegging door werknemer wordt afgewezen.