In het wijzigingsbesluit van 8 juli 2025 heeft verweerder op grond van artikel 5.40, tweede lid, sub c, van de Omgevingswet de aan BioValue verleende vergunning gewijzigd, omdat de stoomboiler en WKK’s niet worden gerealiseerd. In plaats daarvan worden elektrisch aangedreven bronnen geplaatst. Daarbij is ook voorschrift 7 van het besluit gewijzigd omdat de daarin opgenomen emissies van NOx en NH3 zijn aangepast. Voorschrift 8 over de monitoring van de emissie van NOx en NH3 uit de WKK’s, stoomboiler, fakkels en biofilters is ook gewijzigd omdat de WKK’s en stoomboiler niet worden gerealiseerd.
In het wijzigingsbesluit heeft verweerder de jaaremissie van NOx en NH3 tijdens de gebruiksfase vastgesteld en (uitgebreid) met de mobiele werktuigen, de verkeersbewegingen, de koude start, stookinstallaties (fakkels, luchtwasser en biobed) en de noodstroom aggregaat. De totale emissie in de gebruiksfase is nu maximaal 2.632,6 kg NOx en 335,6 kg NH3 per jaar.
Volgens verweerder verzet het belang van de bescherming van de natuur zich niet tegen de wijziging van het onderwerp van de aanvraag, inclusief de voorschriften 7 en 8. Uit de aangeleverde AERIUS berekening van 30 april 2025 blijkt dat de stikstofdepositie op stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden afneemt met maximaal 0,24 mol N/ha/jr ten opzichte van het vergunde ontwerp, zodat de vergunning kan worden gewijzigd.
Tot slot heeft verweerder aan het besluit een aanvullende motivering over het additionaliteitsvereiste en de gebiedsgerichte benadering toegevoegd. Verweerder geeft een aanvullende motivering van de passende maatregelen die worden getroffen voor het NoordHollands Duinreservaat, Kennemerland Zuid, Eilandspolder, Ilperveld, Oostzanerveld, Varkensland en Twiske, polder Westzaan, Wormer- en Jisperveld en Kalverpolder.