Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2025:13572

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
20 november 2025
Publicatiedatum
21 november 2025
Zaaknummer
11709025 \ CV EXPL 25-1451
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Verstek
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:230l BWArt. 6:96 lid 6 BWRichtlijn 93/13/EEG
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoofdelijke veroordeling tot betaling hoofdsom na afwijzing incassokosten en rente wegens ontbreken juiste algemene voorwaarden

De Nederlandse Kluis B.V. heeft de gedaagde partijen gedagvaard wegens niet-betaling van een bedrag van €210,42 vermeerderd met incassokosten, wettelijke rente en proceskosten. De gedaagde partijen zijn niet verschenen, waarna verstek is verleend.

De kantonrechter beoordeelde ambtshalve of aan de precontractuele informatieplichten was voldaan en concludeerde dat de eisende partij dit voldoende had onderbouwd. Vervolgens onderzocht de kantonrechter of de gewijzigde algemene voorwaarden van januari 2024 van toepassing waren. Omdat de eisende partij niet had gesteld of aangetoond dat zij de gedaagde partijen tijdig schriftelijk over deze wijziging had geïnformeerd, en omdat de eerste aanmaning al in december 2023 was verstuurd, oordeelde de kantonrechter dat de oorspronkelijke algemene voorwaarden van toepassing zijn.

De eisende partij had nagelaten de juiste versie van de oorspronkelijke algemene voorwaarden te overleggen, waardoor de kantonrechter niet kon toetsen of bedingen over incassokosten, rente en prijswijzigingen oneerlijk waren. Daarom werden de gevorderde incassokosten en rente afgewezen. De hoofdsom werd toegewezen tot €140,50, de oorspronkelijk overeengekomen prijs. De gedaagde partijen werden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van dit bedrag en de proceskosten, die werden vastgesteld op €298,81.

Uitkomst: Gedaagde partijen worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van €140,50 en proceskosten, incassokosten en rente worden afgewezen wegens ontbreken juiste algemene voorwaarden.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Zaanstad
Zaaknr./rolnr.: 11709025 \ CV EXPL 25-1451
Uitspraakdatum: 20 november 2025
Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van:
De Nederlandse Kluis B.V.
te Rotterdam
de eisende partij
gemachtigde: [gemachtigde]
tegen

1.[gedaagde 1]

2. [gedaagde 2]
beiden te [plaats]
de gedaagde partij
niet verschenen

1.De procedure

1.1.
De eisende partij heeft de gedaagde partij gedagvaard. Tegen de gedaagde partij is verstek verleend.

2.De beoordeling

2.1.
De eisende partij vordert hoofdelijke veroordeling van de gedaagde partij tot betaling van € 210,42, te vermeerderen met de buitengerechtelijke incassokosten, de wettelijke rente en de proceskosten.
Ambtshalve toetsing van de precontractuele informatieplichten
2.2.
De vordering is gebaseerd op een overeenkomst tussen een handelaar en een consument, anders dan een overeenkomst op afstand of buiten de verkoopruimte gesloten. Bij het sluiten van dergelijke overeenkomsten moet de handelaar voldoen aan de wettelijke precontractuele informatieplichten van artikel 6:230l van het Burgerlijk Wetboek (BW). Dat aan deze plichten is voldaan, moet gemotiveerd worden gesteld en onderbouwd. De kantonrechter moet er ambtshalve op toezien dat die voorschriften worden nageleefd, dus ook als er geen verweer is gevoerd. [1]
2.3.
De kantonrechter is van oordeel dat de eisende partij voldoende heeft toegelicht en onderbouwd dat is voldaan aan de precontractuele informatieplichten.
Ambtshalve toetsing van de algemene voorwaarden
2.4.
De kantonrechter is, gelet op het Dexia-arrest [2] , gehouden om onderzoek te doen naar (mogelijk) oneerlijke bedingen in de toepasselijke algemene voorwaarden. Volgens Richtlijn 93/13/EEG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten is een beding oneerlijk wanneer dit het evenwicht tussen de wederzijdse rechten en verplichtingen ten nadele van de consument aanzienlijk verstoort. De kantonrechter moet in iedere procedure over ieder onderdeel van de vordering beoordelen of daarover in de algemene voorwaarden afspraken zijn gemaakt en of die afspraken al dan niet oneerlijk zijn ten opzichte van de consument. Als de kantonrechter oordeelt dat een contractuele afspraak oneerlijk is, moet het beding worden vernietigd en moet de vordering op dat onderdeel worden afgewezen (ook als de eisende partij in de procedure een beroep doet op wettelijke bepalingen in plaats van op die contractuele afspraak).
1.1.
Volgens de eisende partij zijn de
Voorwaarden Huurovereenkomst Safeloket De Nederlandse Kluis B.V. versie januari 2024(hierna: de gewijzigde algemene voorwaarden) van toepassing op de overeenkomst.
1.2.
De kantonrechter volgt de eisende partij niet in dit standpunt. Uit de overlegde stukken blijkt dat op de overeenkomst de algemene voorwaarden
Voorwaarden Huurovereenkomst Safeloket (hierna: de algemene voorwaarden) van de eisende partij van toepassing zijn verklaard. Omdat in de algemene voorwaarden (onder meer) een beding over buitengerechtelijke kosten was opgenomen dat ten aanzien van consumenten als oneerlijk kon worden aangemerkt, heeft de eisende partij haar algemene voorwaarden gewijzigd.
1.3.
Voor de vraag of de gewijzigde algemene voorwaarden van toepassing zijn, is van belang wanneer de eisende partij de gedaagde partijen hierover schriftelijk heeft geïnformeerd. De eisende partij heeft hierover echter niets gesteld en de betreffende brief ontbreekt. Wel staat vast dat de gewijzigde algemene voorwaarden van januari 2024 dateren terwijl de eisende partij al op 14 december 2023 een eerste aanmaning ex artikel 6:96 lid 6 BW Pro aan de gedaagde partijen heeft verstuurd. De eisende partij is dus pas tot wijziging van haar algemene voorwaarden overgegaan, nadat de gedaagde partijen al in verzuim waren én na in een andere zaak op de oneerlijkheid van het beding en de gevolgen daarvan gewezen te zijn door de kantonrechter. [3] Het gevolg is dat niet de gewijzigde, maar de oorspronkelijke algemene voorwaarden op de overeenkomst van toepassing zijn.
2.5.
In een eerdere zaak [4] heeft de kantonrechter de eisende partij al op het voorgaande gewezen. Desondanks heeft de eisende partij in deze zaak nagelaten de juiste algemene voorwaarden te overleggen.
2.6.
Vanwege de gevorderde vergoeding voor gemaakte buitengerechtelijke incassokosten en de gevorderde vergoeding van rente moet de kantonrechter ambtshalve beoordelen of de eisende partij in de toepasselijke algemene voorwaarden bedingen heeft opgenomen over incassokosten en rente, en zo ja, of die bedingen al dan niet oneerlijk zijn. Bij gebreke van (de juiste versie van) de algemene voorwaarden kan de kantonrechter de ambtshalve taak op dit punt niet uitvoeren. Daarom worden de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten en rente afgewezen (ook al zijn deze vergoedingen in de procedure gebaseerd op wettelijke bepalingen).
2.7.
Uit het dossier blijkt dat de tussen partijen overeengekomen prijs gedurende de looptijd van de overeenkomst is gewijzigd. Daarom moet de kantonrechter (ook) ambtshalve beoordelen of de eisende partij in de toepasselijke algemene voorwaarden een prijswijzigingsbeding heeft opgenomen en zo ja, of deze al dan niet oneerlijk is. Bij gebreke van (de juiste versie van) de algemene voorwaarden kan de kantonrechter de ambtshalve taak (ook) op dit punt niet uitvoeren. Daarom is de gedaagde partij alleen de oorspronkelijk overeengekomen prijs aan de eisende partij verschuldigd.
Wat is toewijsbaar?
2.8.
Gelet op het voorgaande wordt de gevorderde hoofdsom toegewezen tot een bedrag van € 140,50. De gevorderde rente en buitengerechtelijke incassokosten worden gelet op het voorgaande afgewezen.
Conclusie en proceskosten
2.9.
De vordering wordt grotendeels toegewezen.
2.10.
De gedaagde partij wordt overwegend in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld.
2.11.
De veroordeling wordt hoofdelijk uitgesproken. Dat betekent dat iedere van gedaagde partijen kan worden gedwongen het hele bedrag te betalen. Als de één (een deel) betaalt, hoeft de ander dat (deel van het) bedrag niet meer te betalen.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt de gedaagde partijen hoofdelijk tot betaling aan de eisende partij van € 140,50;
3.2.
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op:
dagvaarding € 123,81;
griffierecht € 135,00;
salaris gemachtigde € 40,00;
3.3.
verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.4.
wijst de vordering voor het overige af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.P.E. Oomens en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter

Voetnoten

1.Zie, onder meer, het arrest van de Hoge Raad van 12 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1677.
2.HvJ EU 27 januari 2021, C‑229/19 en C‑289/19, ECLI:EU:C:2021:68 (Dexia).