ECLI:NL:RBNHO:2025:13725

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
26 november 2025
Publicatiedatum
26 november 2025
Zaaknummer
25_4764
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening sluiting woning op basis van Opiumwet

In deze uitspraak van de voorzieningenrechter van de Rechtbank Noord-Holland op 26 november 2025, wordt het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoekster, een huurster uit Purmerend, afgewezen. Verzoekster had bezwaar gemaakt tegen de beslissing van de burgemeester om haar woning te sluiten op grond van artikel 13b van de Opiumwet, vanwege de aangetroffen grote hoeveelheid drugs, wapens en verpakkingsmateriaal in haar woning en kelderbox. De burgemeester had op 29 oktober 2025 besloten om de woning per 3 november 2025 voor drie maanden te sluiten, na een onderzoek dat op 1 oktober 2025 was ingesteld naar vermoedelijke illegale activiteiten. De voorzieningenrechter oordeelt dat de burgemeester bevoegd was om deze maatregel te nemen, gezien de ernst van de situatie en de noodzaak om de openbare orde en veiligheid te waarborgen. De voorzieningenrechter weegt de belangen van verzoekster tegen de belangen van de burgemeester en concludeert dat de sluiting van de woning een geschikt, noodzakelijk en evenwichtig middel is om drugshandel tegen te gaan. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen, en de voorzieningenrechter benadrukt dat de burgemeester voldoende onderbouwd heeft dat de sluiting noodzakelijk is om verdere (drugs)criminaliteit te voorkomen. De uitspraak heeft geen mogelijkheid tot hoger beroep of verzet.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Haarlem
Bestuursrecht
zaaknummer: HAA 25/4764

uitspraak van de voorzieningenrechter van 26 november 2025 in de zaak tussen

[verzoekster] , uit Purmerend, verzoekster

(gemachtigde: mr. S.G.H. Langeweg),
en

de burgemeester van de gemeente Purmerend, de burgemeester

(gemachtigden: mr. S.B.M. de Graaf en E. Tiggers).

Samenvatting

1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoekster hangende het bezwaar tegen de beslissing van de burgemeester om de woning van verzoekster, per 3 november 2025, gedurende drie maanden, te sluiten.

Procesverloop

2. Met het bestreden besluit van 29 oktober 2025 heeft de burgemeester de sluiting van de woning met de bijbehorende kelderbox gelast per 3 november 2025 om 11:30 uur, voor de duur van drie maanden. Verzoekster heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
2.1.
Verzoekster heeft de voorzieningenrechter verzocht om een ordemaatregel te treffen. Dit verzoek is door een voorzieningenrechter in een uitspraak van 31 oktober 2025 afgewezen.
2.2.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 12 november 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoekster, de gemachtigde van verzoekster en de gemachtigden van de burgemeester.

Totstandkoming van het besluit

3. Verzoekster is sinds 18 augustus 2025 huurster van de woning aan de [adres] in [woonplaats] . Bij deze woning hoort een kelderbox [nummer] .
4. Naar aanleiding van een vermoedelijke opslag van illegale sigaretten in de kelderbox behorende bij de woning van verzoekster is op 1 oktober 2025 een onderzoek ingesteld. Van de bevindingen van dit onderzoek is door de politie Noord-Holland een bestuurlijke rapportage opgemaakt gedateerd 6 oktober 2025. Hierin wordt vermeld dat een onbekende man de deur van de woning open deed en niet wilde meewerken aan het onderzoek. De politie heeft vervolgens de deur van de kelderbox geforceerd en het volgende aangetroffen.
Een machete van 40 cm en een groot aantal lege nieuwe wikkels en gripzakjes waarvan bekend is dat dit gebruikt wordt als verpakkingsmateriaal voor verdovende middelen. Daarnaast vier wapens waarvan twee verboden wapens volgens de Wet Wapens en Munitie. Naar aanleiding van de aangetroffen vuurwapens is de woning doorzocht waar een grote doorzichtige grip zak werd aangetroffen met daarin de bekende wikkels/ponypacks erin.
De volgende spullen werden in beslag genomen:
1: blok cocaïne met een gewicht van 101,42 gram
2: 4x zakjes van 10 stuks 3 MMC totaalgewicht 51,41 gram
3: 3x zakjes totaal 67 tabletten XTC, totaalgewicht 54,49 gram
4: 2x zakjes met 21 stuks crack bolletjes, totaalgewicht 5,62 gram
5: 8x zakjes van 10 Ketamine, totaalgewicht 103,92 gram
6: 7x zakje cocaïne, totaalgewicht 44,86 gram
7: 13x cocaïne in pony pak, totaalgewicht 17,23 gram
8: lx weegschaal Tanita
9: lx weegschaal Trendfield
10: Verschillende verpakkingsmateriaal
In deze rapportage wordt ook vermeld dat de wijkagent ter plaatse is aangesproken door meerdere buurtbewoners die afzonderlijk van elkaar verklaarden dat al enige tijd sprake was van overlast vanuit de woning en kelderbox bestaande uit veel aanloop van jongeren richting de woning waarbij verdovende middelen werden gebruikt en overlast van hennepgeur ontstond.
5. Op 17 oktober 2025 heeft de burgemeester aan verzoekster het voornemen tot het sluiten van haar woning bekend gemaakt en verzoekster in de gelegenheid gesteld haar zienswijze hierop te geven. Op 24 oktober 2025 heeft verzoekster haar zienswijze schriftelijk kenbaar gemaakt. De burgemeester heeft vervolgens beslist in het bestreden besluit van 29 oktober 2025.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

6. De sluiting van een woning houdt een ernstig inbreuk op het recht op privéleven in. Het spoedeisend belang is daarmee in beginsel gegeven. Nu verzoekster een spoedeisend belang heeft, zal de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening inhoudelijk beoordelen.
7. Bij de vraag of hij een voorlopige voorziening zal treffen, beoordeelt de voorzieningenrechter of het bezwaar een redelijke kans van slagen heeft. Dat kan reden zijn om het bestreden besluit te schorsen. Daarnaast kan hij de belangen van verzoekster die pleiten vóór het treffen van een voorlopige voorziening en de algemene belangen, dan wel de belangen waar de burgemeester voor staat, die pleiten tegen het treffen daarvan, in zijn afweging betrekken. Ook dat kan een reden zijn om het bestreden besluit te schorsen.
8. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Hierna legt hij uit hoe hij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
9. Aan de voorzieningenrechter ligt ter beoordeling voor de vraag of de burgemeester in redelijkheid gebruik heeft kunnen maken van zijn bevoegdheid om tot sluiting van de woning over te gaan. Het specifieke toetsingskader voor woningsluitingen op grond van artikel 13b van de Opiumwet is weergegeven in de overzichtsuitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak en in de daarop voortbordurende uitspraken. [1] Met inachtneming van de vaste jurisprudentie en het beleid van het college beoordeelt de voorzieningenrechter de bevoegdheid van de burgemeester. Vervolgens beoordeelt hij de evenredigheid die bestaat uit de geschiktheid, de noodzaak en de evenwichtigheid van het besluit.
Bevoegdheid
10.1
De burgemeester is op grond van artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet bevoegd tot het opleggen van een last onder bestuursdwang als in een woning een middel als bedoeld in lijst I of lijst II, behorend bij de Opiumwet (drugs, harddrugs of softdrugs), wordt verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig is. Doorgaans houdt de last in dat de woning voor een bepaalde periode wordt gesloten.
10.2.
De burgemeester kan artikel 13b van de Opiumwet toepassen als er in of vanuit een woning in drugs wordt gehandeld (verkopen, afleveren, verstrekken) of als drugs met het oog op die handel in de woning aanwezig zijn. Als uitgangspunt kan worden aanvaard dat bij aanwezigheid van meer dan 0,5 g harddrugs, 5,0 g softdrugs of vijf (hennep)planten (het door het openbaar ministerie gehanteerde criterium voor eigen gebruik) de aangetroffen hoeveelheid drugs in beginsel (mede) bestemd wordt geacht voor de verkoop, aflevering of verstrekking.
10.3.
Uit de bestuurlijke rapportage van de politie blijkt dat in de woning een aanzienlijke hoeveelheid – vermoedelijk - harddrugs is aangetroffen. Deze hoeveelheid overschrijdt ruimschoots de hoeveelheid van 0,5 gram harddrugs. Daarnaast heeft de politie in de woning twee weegschalen en verpakkingsmateriaal ten behoeve van drugs aangetroffen. In de kelderbox heeft de politie onder meer twee verboden vuurwapens en diverse verpakkingsmaterialen ten behoeve van drugs aangetroffen.
De vondst van deze drugs, de vastgestelde hoeveelheid en de diverse verpakkingsmaterialen in de woning en de kelderbox van verzoekster worden door haar niet betwist. De aanwezigheid van de wapens in de kelderbox wordt evenmin door haar betwist. Nu sprake is van een handelshoeveelheid is de burgemeester bevoegd om toepassing te geven aan artikel 13b van de Opiumwet en het Damoclesbeleid gemeente Purmerend 2023.
11. Vervolgens dient de vraag te worden beantwoord of de burgemeester gebruik kon maken van zijn bevoegdheid tot sluiting van de woning voor de duur van drie maanden.
Geschiktheid
12. De voorzieningenrechter twijfelt niet aan de geschiktheid van de maatregel. Gelet op hetgeen is aangetroffen in de woning en de kelderbox en de omstandigheden waaronder acht hij het besluit tot sluiting een geschikt middel om het beoogde doel van de sluiting te bereiken, namelijk het tegengaan van drugshandel.
Noodzaak
13. Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter heeft de burgemeester voldoende gemotiveerd dat hij in dit geval niet kon volstaan met een minder ingrijpend middel en dat sluiting van de woning noodzakelijk is.
Gelet op de grote hoeveelheid aangetroffen drugs in combinatie met het verpakkingsmateriaal en de weegschalen is het aannemelijk dat de woning een schakel in de keten van drugshandel vormde. Dit levert op zichzelf al een belang bij sluiting op, ook als ter plaatse geen overlast of feitelijke drugshandel is geconstateerd. Daarnaast heeft de politie in de kelderbox wapens aangetroffen die een reëel gevaar vormden voor de veiligheid van personen. Verder mocht de burgemeester rekening houden met de omstandigheid dat de woning met kelderbox in een voor (drugs)criminaliteit kwetsbare wijk ligt waar in het recente verleden Opiumwetovertredingen, illegale prostitutie en wapenbezit voorkwam. Dat verzoekster stelt dat er geen sprake is van handel vanuit haar woning en enkele verklaringen van buren heeft overgelegd waaruit volgt dat zij geen overlast ervaren, kan aan het vorenstaande dus niet afdoen. Uit voormelde rapportage blijkt voorts dat de wijkagent ter plaatse is aangesproken door meerdere buurtbewoners afzonderlijk die het tegendeel hebben verklaard.
De burgemeester heeft daarom voldoende onderbouwd dat sluiting van het pand noodzakelijk is om de openbare orde en veiligheid in de omgeving te herstellen en verdere (drugs)handel te voorkomen. De burgemeester heeft geen aanleiding hoeven zien voor het opleggen van een lichtere maatregel, zoals een waarschuwing of een last onder dwangsom.
Evenwichtigheid
14. Uit de jurisprudentie volgt dat bij de beoordeling van de evenwichtigheid verschillende omstandigheden van belang kunnen zijn. De burgemeester moet bijvoorbeeld de mate van verwijtbaarheid van degenen die door de sluiting worden getroffen beoordelen en beoordelen in hoeverre aan hen kan worden tegengeworpen dat zij zelf het risico op ingrijpende gevolgen van hun handelen of nalaten hebben genomen. Daarnaast is van belang of de bewoners een bijzondere binding met de woning hebben en wat de gevolgen voor hen zijn van het voor de duur van de sluiting elders moeten verblijven. Verder moet de burgemeester de aanwezigheid van minderjarige kinderen en de impact van de sluiting op hun welzijn in zijn besluitvorming betrekken. Ook is van belang hoelang de woning gesloten blijft en of de bewoners na de sluiting weer van de woning gebruik kunnen maken. Bij dat laatste dient de burgemeester zich er rekenschap van te geven dat de sluiting van een huurwoning de verhuurder de wettelijke grondslag biedt om de huurovereenkomst buitengerechtelijk, dus zonder tussenkomst van de kantonrechter, te ontbinden. En ook dat de huurder door sluiting van de woning veelal op een zogenoemde zwarte lijst bij een woningcorporatie komt te staan, als gevolg waarvan hij voor een bepaalde duur geen nieuwe sociale huurwoning kan huren in de regio.
15. De burgemeester heeft zich op het standpunt gesteld dat het aan verzoekster als huurster en hoofdbewoonster is om toezicht te houden op wat er in de woning gebeurt. De grote hoeveelheid harddrugs en de overige aangetroffen attributen duiden op een langere aanwezigheid van de goederen. De politie heeft mondeling verklaard dat de drugs in het zicht naast de bank in de woning lagen. Verder heeft de burgemeester rekening gehouden met de kwetsbare psychische gezondheid van verzoekster en haar is hulp aangeboden bij het vinden van vervangende woonruimte. De omstandigheid dat de verhuurder tot buitengerechtelijke ontbinding van de huurovereenkomst over zal gaan maakt niet dat de belangen van verzoekster zwaarder wegen dan het belang bij sluiting van de woning.
16. Verzoekster voert aan dat zij geen wetenschap had van de drugs die door de politie zijn aangetroffen. Haar bezoek gebruikt geen drugs. Ze wist alleen van de twee (nep)wapens in de kelderbox. Ter zitting heeft zij verklaard dat zij de naam van de man, die de deur open deed toen de politie aanbelde toen zij niet thuis was, niet kan prijsgeven. Iemand uit zijn groep dan wel haar bezoek heeft de drugs achtergelaten.
Verder voert verzoekster aan dat de woningbouw een kort geding is gestart dat op 24 november 2025 zal plaatsvinden. Bij sluiting van de woning ontstaat een buitengerechtelijke ontbindingsgrond waarna de rechter enkel kijkt naar de redelijkheid en billijkheid. Zij komt dan op de zwarte lijst te staan en het zal jaren duren voordat zij weer in aanmerking komt voor een woning. De burgemeester had in dit verband ook voor minder verdergaande maatregelen kunnen kiezen zoals een last onder dwangsom dan wel onverwachte huisbezoeken. Verzoekster heeft een kwetsbare psychische gezondheid en na het indienen van het verzoek om voorlopige voorziening heeft zij ontdekt dat zij zwanger is. De vader is niet in beeld. Bij sluiting van de woning dreigt zij psychisch te decompenseren en dakloos te worden. De nachtopvang is gelet op haar situatie niet geschikt voor haar.
17. De voorzieningenrechter volgt de burgemeester in zijn standpunt dat verzoekster een verwijt valt te maken. Zij is huurster en hoofdbewoonster van de woning en het is daarom haar verantwoordelijkheid om toezicht te houden op het gebruik van de woning en de bijbehorende kelderbox. De voorzieningenrechter acht het gelet op de omstandigheden waaronder de drugs, ketamine, wapens en druggerelateerde producten in haar woning en kelderbox zijn aangetroffen vooralsnog niet aannemelijk dat verzoekster geen enkele kennis droeg van de activiteiten van de personen die zij in haar woning toeliet, dan wel dat zij hiervan niet redelijkerwijs op de hoogte kon zijn.
De voorzieningenrechter is verder van oordeel dat het feit dat een buitengerechtelijke ontbindingsgrond is ontstaan, het gevolg is van de aanwezigheid van harddrugs in de woning van verzoekster. Deze omstandigheid maakt niet dat de burgemeester - ten tijde van het nemen van het besluit - van sluiting had behoeven af te zien. Hierbij is wel van belang dat de burgemeester zich moet vergewissen of verzoekster alternatieve opvang heeft.
Daarbij is beoordeeld of verzoekster om medische redenen gebonden is aan haar woning. Niet gebleken is dat de woning van verzoekster de enige stabiele plek is waar zij kan wonen. Uit het bestreden besluit blijkt dat aan verzoekster opvang is aangeboden in het Algemeen Opvangcentrum. De burgemeester zal de eerst in bezwaar geconstateerde zwangerschap van verzoekster bij de te nemen beslissing moeten betrekken. Ter zitting is namens de burgemeester aangevoerd dat onder deze omstandigheid verzoekster zich tot haar consulent kan wenden voor tijdelijke opvang gedurende drie maanden en daarnaast de mogelijkheid heeft om begeleiding en, indien noodzakelijk, opvang te bespreken voor de periode erna.
Gelet op het voorgaande heeft de burgemeester op basis van wat hem ten tijde van het besluit bekend was zich op het standpunt kunnen stellen dat een sluiting van de woning niet onevenwichtig is.

Conclusie en gevolgen

18. De voorzieningenrechter is concluderend van oordeel dat de burgemeester bevoegd is om tot sluiting van de woning over te gaan en dat sluiting in de gegeven omstandigheden geschikt, noodzakelijk en evenwichtig is. Het bestreden besluit zal daarom naar verwachting in bezwaar in stand blijven. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P.H. Lauryssen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van E.A.D. Horn, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 26 november 2025.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.28 augustus 2019, ECLI:NL:RVS:2019:2912, 2 februari 2022,ECLI:NL:RVS:2022:285, 6 juli 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1911 en 16 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2922.