Uitspraak
DÜRÜM COMPANY NL B.V.,
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
.De proceskosten van [eiseres] worden begroot op:
Rechtbank Noord-Holland
De werknemer was sinds juni 2017 in dienst als Office Manager en werd vanaf november 2020 arbeidsongeschikt. De loondoorbetalingsverplichting van de werkgever eindigde op 17 maart 2024, waarna de werknemer een WIA-uitkering ontving. De werknemer vorderde betaling van loon over opgenomen verlofuren in de periode na het einde van de loondoorbetalingsverplichting.
De werkgever stelde dat de wettelijke vakantiedagen waren vervallen en dat zij het loon mocht verrekenen met de WIA-uitkering. De kantonrechter oordeelde dat de verlofaanspraken niet waren vervallen omdat de werknemer vanwege langdurige arbeidsongeschiktheid niet in staat was de dagen op te nemen en de werkgever haar zorg- en informatieplicht had geschonden.
Verder oordeelde de kantonrechter dat het beëindigen van de loondoorbetalingsverplichting niet afdoet aan het recht van de werknemer om verlof op te nemen en loon te ontvangen. De werkgever was gehouden het loon over de opgenomen verlofuren te betalen, inclusief wettelijke rente en maximale wettelijke verhoging wegens te late betaling.
De vordering van de werknemer werd daarom toegewezen, de werkgever werd veroordeeld tot betaling van € 8.749,34 bruto plus rente en wettelijke verhoging, en tot betaling van proceskosten. Het beroep van de werkgever op verrekening en klachtplicht werd verworpen.
Uitkomst: Werkgever moet werknemer € 8.749,34 bruto betalen voor opgenomen verlofuren na einde loondoorbetalingsverplichting, inclusief rente en wettelijke verhoging.