Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de meervoudige kamer van 2 december 2025 in de zaak tussen
[eiser] , wonende te [plaats 1] , eiser
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Amsterdam, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
“4Omzetbelasting
€ 50.715
6.2 Correcties met betrekking tot het jaar 2014
€ 241.504
Overige algemene kosten” met als omschrijving “
donatie tempel i.o.m. GS/CD”
Donatie [organisatie 2] 00369 recipt”.
reciptmet nummer 00369 in de administratie gevoegd. Uit dit recipt maak ik op dat dat er op 18 september 2013 een bedrag van € 7.100 in rekening is gebracht door [organisatie 1] te [land 2] aan [onderneming] .
€ 7.100
niet meer in de onderneming zit” waardoor sprake is van een winstuitdeling. De verzwegen omzet en daaraan gekoppelde uitdeling zijn volgens verweerder dermate hoog dat de volgens de aangifte verschuldigde belasting zowel absoluut als relatief bezien aanzienlijk lager is dan de werkelijk verschuldigde belasting en eiser zich hiervan bewust moet zijn geweest.
- i) er sprake is van een winstuitdeling;
- ii) de uitdeling zo hoog is, waarvan eiser zich bewust moet zijn geweest, dat de vereiste aangifte niet is gedaan; zo ja,
- iii) eiser het verzwaarde tegenbewijs heeft geleverd; en
- iv) de door verweerder bepleite hoogte van de uitdeling is gebaseerd op een redelijke schatting.
Is er sprake van een uitdeling?
furniture”). Het feit dat de verklaring eerst in 2019 is afgegeven, terwijl verweerder reeds in 2015 en 2016 expliciet om nadere informatie heeft verzocht, doet ook twijfels rijzen aan de geloofwaardigheid van de verklaring. De rechtbank is daarom van oordeel dat het meer voor de hand ligt dat het bij deze factuur gaat om een voor BV gebruikelijke verzending van telefoons, welke door BV zijn verkocht en welke bij BV hebben geleid tot omzet.
niet meer in de onderneming zit” en dat het daarom aannemelijk is dat deze gelden bij eiser als directeur-grootaandeelhouder van BV zijn terechtgekomen. Ook aan het dubbele bewustheidsvereiste is volgens verweerder voldaan.
Heeft eiser de vereiste aangifte gedaan?
Heeft eiser het verzwaarde tegenbewijs geleverd?
Is de hoogte van de uitdeling gebaseerd op een redelijke schatting?
Beslissing
mr. G.H. de Soeten, leden, in aanwezigheid van mr. M.B.K. Stroosnier, griffier.
De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 2 december 2025.