Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2025:1591

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
5 februari 2025
Publicatiedatum
17 februari 2025
Zaaknummer
10834596 \ CV EXPL 23-8080
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verstek
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:230l BWArt. 6:277 BWRichtlijn 93/13/EEG
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing vordering ontbindingsvergoeding en toetsing algemene voorwaarden private lease

De eisende partij, Axus Nederland B.V., vordert betaling van een bedrag van € 2.537,91 vermeerderd met incassokosten, wettelijke rente en proceskosten van de gedaagde. De gedaagde is niet verschenen, waarna verstek is verleend.

De kantonrechter toetst ambtshalve of aan de precontractuele informatieplichten conform artikel 6:230l BW is voldaan. De eisende partij heeft onvoldoende concreet gesteld en onderbouwd welke informatie aan de gedaagde is verstrekt, maar op basis van de dagvaarding en stukken wordt geconcludeerd dat aan deze verplichtingen is voldaan.

Vervolgens wordt ambtshalve getoetst of de bedingen in de toepasselijke algemene voorwaarden, waaronder de Keurmerk Private Lease voorwaarden, oneerlijk zijn. De bedingen omtrent de ontbindingsvergoeding worden niet als oneerlijk beoordeeld en zijn in redelijke verhouding tot de schade en conform artikel 6:277 BW Pro.

De kantonrechter wijst de vordering tot betaling van de ontbindingsvergoeding en overige gevorderde bedragen toe. De gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten en wettelijke rente. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van de ontbindingsvergoeding, incassokosten, wettelijke rente en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 10834596 \ CV EXPL 23-8080
Uitspraakdatum: 5 februari 2025
Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
Axus Nederland B.V.
te Hoofddorp
de eisende partij
gemachtigde: BBU Juristen & Incasso's
tegen
[gedaagde]
te [woonplaats]
de gedaagde partij
niet verschenen

1.De procedure

1.1.
De eisende partij heeft de gedaagde partij gedagvaard. Tegen de gedaagde partij is verstek verleend.

2.De beoordeling

2.1.
De eisende partij vordert veroordeling van de gedaagde partij tot betaling van € 2.537,91, te vermeerderen met de buitengerechtelijke incassokosten, de wettelijke rente en de proceskosten.
Ambtshalve toetsing van de precontractuele informatieplichten
2.2.
De vordering is gebaseerd op een overeenkomst tussen een handelaar en een consument, anders dan een overeenkomst op afstand of buiten de verkoopruimte gesloten. Bij het sluiten van dergelijke overeenkomsten moet de handelaar voldoen aan de wettelijke precontractuele informatieplichten van artikel 6:230l van het Burgerlijk Wetboek (BW). Dat aan deze plichten is voldaan, moet gemotiveerd worden gesteld en onderbouwd. De kantonrechter moet er ambtshalve op toezien dat die voorschriften worden nageleefd, dus ook als er geen verweer is gevoerd. [1]
2.3.
De eisende partij heeft naar het oordeel van de kantonrechter niet voldoende gesteld en onderbouwd dat zij heeft voldaan aan de op haar rustende (pre)contractuele informatieplichten. De eisende partij heeft namelijk nagelaten concreet aan te geven welke informatie waar en wanneer aan de gedaagde partij is verstrekt en waaruit dat blijkt, terwijl het op de weg van de eisende partij had gelegen om expliciet en op een duidelijke manier aan te geven op producties waar welke informatie van artikel 6:230l BW te vinden is (bijvoorbeeld door de relevante informatie in de betreffende producties te arceren, maar tenminste door aan te geven op welke bladzijde van de productie de betreffende informatie te vinden is). Het is niet aan de kantonrechter om eigenhandig op zoek te gaan naar informatie in het dossier.
2.4.
Bij wijze van uitzondering heeft de kantonrechter in dit geval wel zelf – aan de hand van de toelichting in de dagvaarding – in de stukken gecontroleerd of de eisende partij bij het sluiten van de overeenkomst aan de wettelijk voorgeschreven (pre)contractuele informatieverplichtingen heeft voldaan en komt tot de conclusie dat dit het geval i
s.
Ambtshalve toetsing van de algemene voorwaarden
2.5.
De kantonrechter is, gelet op het Dexia-arrest [2] , gehouden om onderzoek te doen naar (mogelijk) oneerlijke bedingen in de toepasselijke algemene voorwaarden. Volgens Richtlijn 93/13/EEG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten is een beding oneerlijk wanneer dit het evenwicht tussen de wederzijdse rechten en verplichtingen ten nadele van de consument aanzienlijk verstoort. De kantonrechter moet in iedere procedure over ieder onderdeel van de vordering beoordelen of daarover in de algemene voorwaarden afspraken zijn gemaakt en of die afspraken al dan niet oneerlijk zijn ten opzichte van de consument. Als de kantonrechter oordeelt dat een contractuele afspraak oneerlijk is, moet het beding worden vernietigd en moet de vordering op dat onderdeel worden afgewezen (ook als de eisende partij in de procedure een beroep doet op wettelijke bepalingen in plaats van op die contractuele afspraak).
2.6.
Uit de overgelegde stukken blijkt dat op de overeenkomst de volgende algemene voorwaarden van de eisende partij van toepassing zijn verklaard:
Algemene voorwaarden Keurmerk Private Lease (versie 1.1. 01-12-2017)(hierna: AVKPL) en de
Aanvullende voorwaarden Kia Autolease (versie 2019-01)(hierna: de Aanvullende voorwaarden).
2.7.
De eisende partij vordert onder meer betaling van een ontbindingsvergoeding. De bedingen uit de algemene voorwaarden die daarmee verband houden, te weten de artikelen 51 en 47 AVKPL in samenhang met artikel 21 van Pro de Aanvullende voorwaarden, zijn door de kantonrechter getoetst en niet oneerlijk bevonden. De ontbindingsvergoeding staat in redelijke verhouding tot de geleden schade en de wijze van berekenen is in lijn met artikel 6:277 BW Pro. [3]
Wat is toewijsbaar?
2.8.
Gelet op het voorgaande wordt de gevorderde ontbindingsvergoeding toegewezen. Ook voor het overige wordt de vordering toegewezen, omdat deze de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt.
Proceskosten
2.9.
De gedaagde partij wordt in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 3.030,46 te vermeerderen met de wettelijke rente over € 2.537,91 vanaf 10 november 2023 tot aan de dag van de gehele betaling;
3.2.
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op:
dagvaarding € 107,84
griffierecht € 487,00
salaris gemachtigde € 238,00
nakosten € 119,00 ;
3.3.
verklaart de veroordelingen in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. M. Woerdman en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter

Voetnoten

1.Zie, onder meer, het arrest van de Hoge Raad van 12 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1677.
2.HvJ EU 27 januari 2021, C‑229/19 en C‑289/19, ECLI:NL:EU:C:68 (Dexia).