ECLI:NL:RBNHO:2025:2127
Rechtbank Noord-Holland
- Verstek
- Rechtspraak.nl
Gedeeltelijke vernietiging overeenkomst wegens schending informatieplicht en oneerlijke bedingen in kinderopvangzaak
In deze bodemzaak vordert Holland Op Stoom B.V. betaling van een bedrag van € 2.650,86 van de gedaagde partij, die verstek liet gaan. De vordering is gebaseerd op een overeenkomst op afstand tussen handelaar en consument, waarbij de eisende partij onvoldoende heeft onderbouwd dat aan de wettelijke (pre)contractuele informatieplichten is voldaan.
De kantonrechter constateert dat niet is voldaan aan artikel 6:230m lid 1 sub h BW, omdat de consument niet duidelijk en begrijpelijk is geïnformeerd over het herroepingsrecht. Ook is niet aangetoond dat de contractuele informatieplicht van artikel 6:230v lid 7 BW is nagekomen. De plaatsingsovereenkomst kwalificeert als duurzame gegevensdrager, maar bevat geen informatie over het herroepingsrecht.
De schending van de informatieplicht leidt tot een verlenging van de herroepingstermijn, maar deze is inmiddels verstreken zonder dat herroeping heeft plaatsgevonden. Daarom wordt de overeenkomst gedeeltelijk vernietigd tot 10% van de hoofdsom, wat als een passende, afschrikwekkende en evenredige sanctie wordt gezien.
Daarnaast toetst de kantonrechter ambtshalve de algemene voorwaarden op oneerlijke bedingen. De rentebedingen in de algemene voorwaarden worden vernietigd vanwege eerdere jurisprudentie, waardoor de vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten wordt afgewezen.
Uiteindelijk wordt een bedrag van € 1.958,43 aan hoofdsom toegewezen met wettelijke rente vanaf 25 september 2024, de proceskosten worden aan de gedaagde opgelegd, en de rest van de vordering wordt afgewezen.
Uitkomst: De vordering wordt grotendeels toegewezen met gedeeltelijke vernietiging van de overeenkomst wegens schending van de informatieplicht en vernietiging van oneerlijke bedingen.