ECLI:NL:RBNHO:2025:27
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.D. Kleijne
- M.E. Francke
- M.L. Firet
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak voor het in voorraad hebben van ketamine wegens onjuiste kwalificatie als geneesmiddel
De rechtbank Noord-Holland behandelde op 6 januari 2025 de zaak tegen een verdachte die werd verdacht van het in voorraad hebben van 5,2 kilogram ketamine. Primair werd hem ten laste gelegd dat hij een geneesmiddel zonder handelsvergunning had verkocht en/of in voorraad had, subsidiair dat hij zonder registratie een werkzame stof in voorraad had. De officier van justitie vorderde vrijspraak van het primaire feit en veroordeling voor het subsidiaire feit.
De verdediging stelde dat de verdachte niet wist van de ketamine in de auto en ontkende opzet. De rechtbank oordeelde dat ketamine geen geneesmiddel is in de zin van de Geneesmiddelenwet, waardoor het primaire feit niet bewezen kon worden. Daarnaast werd het begrip 'in voorraad hebben' uitgelegd als het hebben van een voorraad in het kader van het drijven van een groothandel of fabricage op grote schaal, wat niet kon worden vastgesteld bij de verdachte.
De rechtbank vond geen wettig en overtuigend bewijs dat de verdachte zich bezighield met groothandelsactiviteiten of dat hij de ketamine in voorraad had in de zin van de wet. Daarom sprak zij de verdachte integraal vrij. Ook werd de inbeslaggenomen personenauto aan de rechthebbende teruggegeven.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van het in voorraad hebben van ketamine omdat ketamine geen geneesmiddel is en er geen bewijs is voor groothandelsactiviteiten.