In deze zaak staat centraal of de samenwerking tussen verzoeker en Solutions4Materials B.V. (S4M) moet worden gekwalificeerd als een arbeidsovereenkomst of een overeenkomst van opdracht. De kantonrechter concludeert dat vanaf 1 oktober 2024 feitelijk sprake was van een arbeidsovereenkomst, ondanks dat verzoeker aanvankelijk als zzp’er begon en een arbeidsovereenkomstaanbod heeft afgewezen.
Het ontslag op staande voet van 11 november 2024 wordt vernietigd omdat geen dringende reden is gebleken. Verzoeker heeft recht op loon conform het salaris dat binnen S4M gebruikelijk is, vastgesteld op €3.350 bruto per maand exclusief vakantiegeld. Het verzoek tot betaling van achterstallig vakantiegeld wordt afgewezen, omdat het hogere zzp-tarief dit compenseert.
Verder wordt vastgesteld dat verzoeker recht heeft op vakantiedagen naar rato en dat de pensioenregeling van S4M bij Nationale Nederlanden ook op hem van toepassing is. Het voorwaardelijke tegenverzoek van S4M tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst wordt afgewezen wegens gebrek aan redelijke grond, waaronder verwijtbaar handelen en verstoorde arbeidsverhouding. S4M wordt veroordeeld in de proceskosten.