De eisende partij, ENGIE Nederland Retail B.V., vordert betaling van een hoofdsom van €805,15 plus incassokosten, wettelijke rente en proceskosten van de gedaagde. De gedaagde verschijnt niet, waarna verstek wordt verleend.
De kantonrechter toetst ambtshalve de naleving van de precontractuele informatieplichten uit artikel 6:230m lid 1 BW en constateert dat het e-mailadres van de handelaar ontbreekt, wat een schending vormt. Gevolg hiervan is gedeeltelijke vernietiging van de overeenkomst voor 20% van de hoofdsom, conform Europese jurisprudentie en artikelen 3:40 lid 2 en 3:41 BW.
Daarnaast worden de algemene voorwaarden en modelcontractvoorwaarden getoetst op oneerlijke bedingen. De prijswijzigingsbedingen worden als kernbedingen aangemerkt en als voldoende transparant en eerlijk beoordeeld, mede vanwege het toezichthoudende karakter van de ACM en het opzeggingsrecht van de consument. Ook overige bedingen zoals over de eindnota, betaalwijze, rente en incassokosten worden niet als oneerlijk aangemerkt.
De kantonrechter wijst de vordering toe tot een bedrag van €644,12 aan hoofdsom, €95,61 aan incassokosten en wettelijke rente over de toewijsbare hoofdsom vanaf de dagvaarding. De gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten van €588,54. De veroordeling wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.