Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
DKM holding B.V.
Rechtbank Noord-Holland
Een langdurig arbeidsongeschikte werknemer vordert betaling van een schadevergoeding van haar werkgever DKM, waaronder de wettelijke transitievergoeding. De werknemer was sinds 2003 in dienst bij verschillende werkgevers binnen hetzelfde familiebedrijf, waaronder Dekamarkt, DRS en uiteindelijk DKM. De kantonrechter past de spoorwissel toe vanwege procedurefouten en doet bij beschikking uitspraak.
De kern van het geschil betreft de vraag of DKM als opvolgend werkgever moet worden aangemerkt, waardoor de transitievergoeding over de gehele diensttijd vanaf 2003 moet worden berekend. De kantonrechter oordeelt dat aan het zodanige banden-criterium is voldaan en dat DKM dus als opvolgend werkgever geldt. De transitievergoeding wordt vastgesteld op € 32.397,41 bruto.
Daarnaast vordert de werknemer een aanvulling van 5% op haar WGA-uitkering op grond van de supermarkt cao, maar deze vordering wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. De buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen tot het wettelijke maximum van € 1.329,76. De proceskosten worden aan de zijde van de werknemer toegewezen en vastgesteld op € 1.546,00. De partijen zijn overeengekomen een vaststellingsovereenkomst te sluiten conform de uitspraak.
Uitkomst: De kantonrechter veroordeelt DKM tot betaling van een transitievergoeding van € 32.397,41 bruto, buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten.