4.3.Het college heeft de aanvraag nog niet beoordeeld voor de technische bouwactiviteit.
5. Het college stelt zich op het standpunt dat de aanvraag in strijd is met het Parapluplan Parkeernormen omdat door het bouwplan de auto- en fietsparkeerbehoefte toeneemt, waarvoor op eigen terrein geen ruimte is. Dit is in strijd met de Nota parkeernormen. In het bestreden besluit motiveert het college dat de aanvraag een herbestemming behelst waarmee één extra woning wordt toegevoegd, waardoor de parkeerbehoefte ook toeneemt, in het bijzonder op het piekmoment voor bewonersparkeren. Het is volgens het college niet mogelijk om de parkeerbehoefte in de nieuwe situatie voor twee woningen te salderen met de parkeerbehoefte in de oude situatie voor detailhandel met een bovenwoning. Voor de bestemmingen Woondoeleinden en Detailhandel gelden namelijk andere maatgevende piekmomenten. De ontstane extra parkeerbehoefte op het piekmoment voor wonen is daarom volgens het college geheel nieuw en dient op eigen terrein te worden opgelost, wat in dit geval niet kan.
Hierbij heeft het college beoordeeld dat de vrijgekomen parkeerplaats in de openbare ruimte (met een kruis) die werd gebruikt door de vrachtwagen van de opgeheven winkel, de parkeerbehoefte ook niet zou oplossen. Volgens het college kan niet worden aangenomen dat de vrachtwagen structureel aanwezig was tijdens de maatgevende parkeermomenten voor bewonersparkeren, zodat deze vrachtwagen niet representatief is.
6. Eiser voert onder meer aan dat in de openbare ruimte in voldoende parkeerplaatsen voorzien zou moeten zijn. Volgens het bestemmingsplan is het op de bestemmingen ‘Woondoeleinden’ en ‘Gemengde doeleinden b’ toegestaan om te wonen. Bij de vaststelling van het bestemmingsplan is al rekening gehouden met het parkeren. Dat planologisch een extra woning of nieuwe functie met een plan-overstijgende parkeerbehoefte wordt toegevoegd is volgens eiser dan ook onjuist.
Ruimtelijk relevante ontwikkeling?
7. De rechtbank overweegt dat in het Parapluplan parkeernormen wordt verwezen naar de Nota parkeernormen. In paragraaf 1.1 is opgenomen dat de Nota parkeernormen ‘het beleid [is] van de gemeente Haarlem over hoe fiets- en autoparkeren in ruimtelijke ontwikkelingen moet worden opgelost’.
Uit paragraaf 3.1 volgt ‘Een parkeernorm is een getal dat aangeeft hoeveel fiets- en autoparkeerplaatsen nodig zijn in een ruimtelijke ontwikkeling’ en ‘De aard en omvang van een ruimtelijke ontwikkeling is van invloed op de werking en complexiteit van parkeernormen.’
De stappen tot het bepalen van de parkeerbehoefte zijn opgenomen in paragraaf 6.3. ‘Om de normatieve parkeerbehoefte te berekenen moet voor iedere geplande functie de berekening functie * parkeernorm worden uitgevoerd’.
Vervolgens is in paragraaf 3.2.6 opgenomen dat het beleidsuitgangspunt is dat de benodigde parkeerplaatsen voor een ruimtelijke ontwikkeling op eigen terrein beschikbaar worden gesteld. In paragraaf 3.2.8 worden alle adressen binnen ruimtelijke ontwikkelingen uitgesloten van openbare parkeerrechten.
8. De rechtbank overweegt verder dat het college bij de beoordeling of voor een bouwplan wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid alleen rekening hoeft te houden met de toename van de parkeerbehoefte als gevolg van het realiseren van dat bouwplan. Een eventueel bestaand tekort kan als regel buiten beschouwing worden gelaten.
9. De rechtbank ziet zich – gelet op het toetsingskader en de Nota parkeernormen – voor de vraag gesteld of het aangevraagde bouwplan een ruimtelijke ontwikkeling behelst, waarop de Nota parkeernormen van toepassing is, gelet waarop een berekening van de (toename van de) parkeerbehoefte diende te worden gemaakt. De term ‘ruimtelijke ontwikkeling’ is in de Nota parkeernormen niet gedefinieerd.