Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
3.Beoordeling van het bewijs
A 137). Een expliciete wettelijke regeling voor onderzoek aan gegevens op een in beslag genomen telefoon ontbreekt. Uit het Landeck-arrest volgt dat de voorgenomen verzameling van de gegevens het relevante aangrijpingspunt is voor de beoordeling of voorafgaande rechterlijke toestemming is vereist. Op grond van de strekking van het Landeck-arrest kan worden gesteld dat in alle gevallen, ongeacht de aard en de ernst van de inbreuk, voorafgaand aan het veiligstellen van op een telefoon aanwezige gegevens en aan het rechtstreeks raadplegen daarvan toestemming van een rechter of een onafhankelijke autoriteit is vereist, omdat de uit een telefoon verkregen gegevens een min of meer compleet beeld van het privéleven van een verdachte kunnen geven en de inbreuk dus zeer ingrijpend kan zijn. Aangezien in deze zaak slechts sprake was van voorafgaande toestemming van de officier van justitie om de telefoons uit te lezen en voorafgaande toestemming van een rechter daartoe ontbreekt, constateert de rechtbank dat sprake is van een vormverzuim.
(de rechtbank begrijpt: geld)kan gelijk opgehaald worden als is gekino
(de rechtbank begrijpt: gefilmd)". “lk" zegt “mitta” en ‘bel ze nu Voorschot”.
(de rechtbank begrijpt: adres)’. Deze zelfde afbeelding is ook aangetroffen op de telefoon van [voornaam]. De versie op de telefoon van de verdachte is een minuut eerder gemaakt.
(de rechtbank begrijpt: auto)voor de deur snel plakken op die raam Kino maken vanuit waggie Gas erop Dan komen ze makkelijk loezoe’. Het bericht van 22.25 uur van de verdachte (Rt) aan [naam medeverdachte 3] luidt: ‘Ze moeten naar andere adje. En die doen plakken tegen die raam [straatnaam 1] nummer 19". Om 22.39 uur stuurt de verdachte (Rt) aan [naam medeverdachte 3]: ‘Gwn waggie voor deur zetten beste dan plakken op raam driver filmt gassen erop en naar de buurt’.
(de rechtbank begrijpt: wanneer)antwoordt de verdachte: ‘nu vanavond’. Als [naam medeverdachte 7] meldt: ‘de boys zijn fit, is alles gefix’, vraagt de verdachte: ‘hebben ze Cobras of pipe’
(de rechtbank begrijpt: pistool).[naam medeverdachte 7] zegt: ‘P wel maar cobra nii’. De verdachte zegt dan: ‘laten ze gwn bokken
(de rechtbank begrijpt: schieten)op de osso. 2500 geef ik ze’. Vervolgens geeft [naam medeverdachte 7] aan dat ‘bokken4k’ is, ‘maar cobra 2.5’. Vervolgens geeft de verdachte het adres [adres 3] door. [naam medeverdachte 7] stuurt dit adres door aan [naam medeverdachte 6].
1 primair, 2, 3, 4, 5 primair, 6 primair en 7 primairten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat
1.primair
4.
5.primair
6.primair
7.primair
4.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
5.Strafbaarheid van de verdachte
6.Motivering van de sanctie
7.Verbeurdverklaring
8.Onttrekking aan het verkeer
9.Vorderingen benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregelen
Rotterdamse Schaal.Verzocht wordt het eventueel toe te wijzen bedrag te matigen tot telkens maximaal € 600,-.
Rotterdamse Schaal, een binnen de rechtspraak ontwikkelde ordening van smartengeldbedragen bij letsel en andere persoonsaantastingen. De rechtbank heeft aansluiting gezocht bij de in die schaal bij 19.3 (bedreigende situaties door opzettelijke ontploffing) onder b (categorie “ernstig”) genoemde bandbreedte (€ 1.000,- tot € 5.000,-).
niet-ontvankelijk te verklaren in de vordering, gelet op de bepleite vrijspraak voor de feiten waarop de vordering ziet. Subsidiair verzoekt de raadsvrouw de benadeelde partij
niet-ontvankelijk te verklaren, omdat niet is onderbouwd dat sprake is van een aantasting in de persoon op andere wijze. Meer subsidiair heeft de raadsvrouw de rechtbank verzocht het toe te wijzen bedrag te matigen tot € 150,-.
10.Vordering tot tenuitvoerlegging
11.Toepasselijke wettelijke voorschriften
12.Beslissing
bewezendat de verdachte de
onder 1 primair, 2, 3, 4, 5 primair, 6 primair en 7 primairten laste gelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor onder 3.4 weergegeven.
56 (zesenvijftig) maanden.
verbeurd:
Onttrekt aan het verkeer:
[slachtoffer 1]geleden schade tot een bedrag van
€ 4.000,00 (vierduizend euro), als vergoeding voor immateriële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 14 januari 2024 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer 1], voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
[slachtoffer 1]de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van
€ 4.000,00 (vierduizend euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 40 dagen gijzeling en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 januari 2024 tot aan de dag der algehele voldoening. De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.
[slachtoffer 2]geleden schade tot een bedrag van
€ 4.000,00 (vierduizend euro), als vergoeding voor immateriële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 14 januari 2024 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer 2], voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
[slachtoffer 2]de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van
€ 4.000,00 (vierduizend euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 40 dagen gijzeling en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 januari 2024 tot aan de dag der algehele voldoening. De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.
A. [slachtoffer 3]niet-ontvankelijk in de vordering.
[slachtoffer 4]geleden schade tot een bedrag van
€ 4.000,00 (vierduizend euro), als vergoeding voor immateriële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 14 januari 2024 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer 4], voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
[slachtoffer 4]de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van
€ 4.000,00 (vierduizend euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 40 dagen gijzeling en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 januari 2024 tot aan de dag der algehele voldoening. De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.
[slachtoffer 5]geleden schade tot een bedrag van
€ 4.000,00 (vierduizend euro), als vergoeding voor immateriële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 14 januari 2024 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer 5], voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
[slachtoffer 5]de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van
€ 4.000,00 (vierduizend euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 40 dagen gijzeling en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 januari 2024 tot aan de dag der algehele voldoening. De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.
[slachtoffer 6]geleden schade tot een bedrag van
€ 4.000,00 (vierduizend euro), als vergoeding voor immateriële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 14 januari 2024 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer 6], voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
[slachtoffer 6]de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van
€ 4.000,00 (vierduizend euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 40 dagen gijzeling en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 januari 2024 tot aan de dag der algehele voldoening. De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.
R.G. [slachtoffer 7]niet-ontvankelijk in de vordering.
Wijstde vordering van de officier van justitie tot tenuitvoerlegging in de zaak met parketnummer 13/303610-23
gedeeltelijk toeen gelast de tenuitvoerlegging van de niet ten uitvoer gelegde
gevangenisstrafvoor de duur van
drie maanden, opgelegd bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 22 november 2023.
Wijst afhet verzoek tot opheffing van het bevel tot voorlopige hechtenis.