Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2026:2571

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
2 maart 2026
Publicatiedatum
12 maart 2026
Zaaknummer
11999307
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:671 lid 1 BWArt. 7:672 lid 11 BWArt. 7:681 lid 1 BWArt. 223 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Onregelmatige opzegging arbeidsovereenkomst na proeftijd met toekenning vergoedingen

In deze zaak vordert de werknemer een vergoeding wegens onregelmatige opzegging en een billijke vergoeding omdat het ontslag na afloop van de proeftijd zou zijn gegeven. De werkgever betwist dit en stelt dat het dienstverband pas op 1 november 2025 is begonnen, zodat het ontslag binnen de proeftijd zou zijn gegeven.

De kantonrechter stelt vast dat de arbeidsovereenkomst feitelijk op 6 oktober 2025 is ingegaan, zoals blijkt uit diverse documenten en WhatsApp-berichten, en dat het ontslag op 10 november 2025 is gegeven, dus na afloop van de proeftijd. De werkgever heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat het dienstverband pas op 1 november 2025 begon.

Het ontslag wordt daarom als onregelmatig beoordeeld en niet rechtsgeldig verklaard. De werkgever wordt veroordeeld tot betaling van een vergoeding wegens onregelmatige opzegging, een transitievergoeding, een billijke vergoeding, achterstallig loon en niet genoten vakantiedagen. Tevens moet de werkgever een salarisspecificatie verstrekken en de proceskosten betalen.

De billijke vergoeding wordt vastgesteld op € 2.000,00, waarbij rekening is gehouden met het korte dienstverband en het inkomensverlies na de opzegtermijn. De transitievergoeding wordt ambtshalve vastgesteld op € 292,71 bruto. De wettelijke rente en een wettelijke verhoging worden eveneens toegewezen.

De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de procedure reeds is afgerond.

Uitkomst: Het ontslag na afloop van de proeftijd is onregelmatig en niet rechtsgeldig, met toekenning van vergoedingen en betaling van achterstallig loon.

Uitspraak

RECHTBANKNOORD-HOLLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Alkmaar
Zaaknummer / rekestnummer: 11999307 \ AO VERZ 25-97 (NE)
Beschikking van 2 maart 2026
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Bilancio Budget B.V. in haar hoedanigheid van bewindvoerder van [naam 1],
te [plaats] ,
verzoekende partij,
hierna te noemen: de bewindvoerder en [naam 1] ,
gemachtigde: mr. J.G. Burgers,
[toevoeging verleend aan [naam 1] onder [nummer] ]
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Turn Over B.V.,
te Alkmaar,
verwerende partij,
hierna te noemen: Turn Over,
gemachtigde: mr. I.R. Boudrie en mr. M. Hopman.
De zaak in het kort
In deze zaak verzoekt de werknemer om toekenning van een vergoeding wegens onregelmatige opzegging van de arbeidsovereenkomst en een billijke vergoeding. Volgens de werknemer is het ontslag na afloop van de proeftijd gegeven en daarom niet rechtsgeldig, wat door de werkgever wordt betwist. De kantonrechter oordeelt dat het ontslag niet (rechts)geldig is. In deze procedure stelt de kantonrechter namelijk vast dat de ingangsdatum van de arbeidsovereenkomst 6 oktober 2025 was in plaats van 1 november 2025, zodat het gegeven ontslag op 10 november 2025 na de proeftijd van een maand is gegeven. De werkgever wordt daarom veroordeeld tot betaling van de vergoedingen, alsmede tot tot (uit)betaling van achterstallig salaris en de niet genoten vakantiedagen over de periode 6 oktober tot en met 31 oktober 2025.

1.De procedure

1.1.
De bewindvoerder heeft een verzoek gedaan om onder meer een vergoeding wegens onregelmatige opzegging en een billijke vergoeding toe te kennen. Turn Over heeft een verweerschrift ingediend.
1.2.
Op 2 februari 2026 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden. Partijen en hun gemachtigden hebben daar hun standpunten toegelicht en vragen beantwoord. De griffier heeft daarvan aantekeningen gemaakt. Partijen hebben ook spreekaantekeningen overgelegd en voorgedragen. Vóór de mondelinge behandeling heeft Turn Over per e-mail van 27 januari 2026 haar tegenverzoek ingetrokken en heeft de bewindvoerder per brief van 27 januari 2026 nog stukken toegezonden.

2.De feiten

2.1.
De bewindvoerder is vanaf 11 juni 2025 beschermingsbewindvoerder van [naam 1] .
2.2.
[naam 1] , geboren [geboortedatum] , is in dienst getreden bij Turn Over. De functie van [naam 1] is administratief medewerker A met een loon van € 2.599,29 bruto per maand.
2.3.
Op 22 september 2025 heeft [naam 1] via Whatsapp aan Turn Over gevraagd of het mogelijk is om officieel op 1 november 2025 te beginnen en onofficieel op 1 oktober 2025 zonder salaris vanwege de opzeggingstermijn met haar eerdere werkgever. Turn Over heeft geantwoord dat dat prima is en dat in oktober 2025 wordt gestart met inwerken.
2.4.
Op 13 oktober 2025 heeft Turn Over per Whatsapp aan [naam 1] geschreven
“Ik hoorde van [naam 2] dat je toch per 6 oktober in dienst bent gekomen. Ik kan je alleen pas vanaf 1 november goed inwerken (…) Dus bespreek even met [naam 2] wat je kan gaan doen daarnaast deze maand. Wij gaan dan samen wel pas per nov van start met het van A tot Z werken oké?”. [naam 1] antwoordt
“Jaa dat klopt. Ik zei tegen haar dat dat niet nodig was, maar ze stond er op. Ik weet t verder ook niet. Ja per november is prima hoor. Heb net met [naam 3] gesproken en hij heeft mij ook wat dingen gezegd te doen, hij vroeg me vooral alle jongeren na te gaan, om te kijken of beschikking enz goed staan, volgens mij lees ik bij jou hetzelfde…?”. Turn Over schrijft dan
“Ik wilde dit net naar [naam 2] sturen akkoord? Dan kan zij het 1 nov zetten en kan jij inderdaad rustig inwerken en inlezen en kan ik alles in gang zetten deze maand zodat je gelijk goed start. Je hebt nog wel salaris toch van je andere werkgever tot 1 nov?”. Daarop antwoordt [naam 1] dat zij het een goed plan vindt en schrijft Turn Over dat zij voor [naam 1] ook nog een cursus Carefriend zal inplannen.
2.5.
Op 3 november 2025 heeft [naam 1] per Whatsapp aan Turn Over geschreven
“Hoi hoi, net vergeten te vragen, maar zou jij mijn contract nog aan willen passen naar 3-11-2025?”.
2.6.
Op 10 november 2025 heeft Turn Over de arbeidsovereenkomst met [naam 1] opgezegd.

3.Het verzoek en het verweer

3.1.
De bewindvoerder verzoekt de kantonrechter om een vergoeding wegens onregelmatige opzegging en een billijke vergoeding toe te kennen. Ook verzoekt de bewindvoerder om Turn Over te veroordelen tot betaling van de restant transitievergoeding en het loon over 6 tot en met 31 oktober 2025. Volgens de bewindvoerder is [naam 1] op 6 oktober 2025 bij Turn Over in dienst getreden en is de arbeidsovereenkomst op 10 november 2025 niet tijdens de proeftijd opgezegd. Het proeftijdontslag is daarom niet rechtsgeldig.
3.2.
Turn Over voert verweer en stelt dat het verzoek moet worden afgewezen. Turn Over voert ‑ samengevat ‑ aan dat partijen een arbeidsovereenkomst per 1 november 2025 zijn overeengekomen en dat het ontslag dus tijdens de proeftijd is gegeven.

4.De beoordeling

4.1.
Tussen partijen is in geschil of het proeftijd ontslag tijdig is gegeven door Turn Over. Volgens [naam 1] moet deze vraag ontkennend worden beantwoord, omdat zij al op 6 oktober 2025 in dienst is getreden en het ontslag op 10 november 2025 en daarom te laat is gegeven. Volgens Turn Over is [naam 1] echter op 1 november 2025 bij haar in dienst is getreden. De kantonrechter oordeelt dat het ontslag niet rechtsgeldig is gegeven. De kantonrechter legt hierna uit hoe tot dit oordeel is gekomen.
Partijen zijn een arbeidsovereenkomst per 6 oktober 2025 overeengekomen
4.2.
[naam 1] heeft haar standpunt dat zij op 6 oktober 2025 in dienst is getreden bij Turn Over met verschillende stukken onderbouwd. In de arbeidsovereenkomst en de checklist indiensttreding nieuwe medewerker staat deze datum genoemd als begindatum. De bruikleenovereenkomst is op deze datum ondertekend en in de e-mail van 23 september 2025 schrijft mevrouw [naam 4] van Turn Over aan [naam 1] dat onder andere is afgestemd en afgesproken dat de startdatum 6 oktober 2025 is. Deze datum staat ook vermeld in de Model opgaaf gegevens voor de loonheffingen.
4.3.
Turn Over heeft ter onderbouwing van haar verweer verwezen naar de onder de feiten vermelde WhatsAppwisseling op 22 september, 13 oktober en 3 november 2025. Turn Over heeft daarbij aangevoerd dat [naam 1] heeft verzocht om op 1 november 2025 in dienst te treden en dat zij daarvoor onverplicht en vrijblijvend voorbereidende werkzaamheden heeft uitgevoerd, zonder dat sprake was van een gezagsverhouding en loon.
4.4.
Uit de appwisseling en wat partijen tijdens de zitting verder naar voren hebben gebracht, leidt de kantonrechter af dat aanvankelijk duidelijke afspraken zijn gemaakt over de ingangsdatum van het dienstverband op 1 november 2025. Deze datum is daarna echter aangepast naar 6 oktober 2025. Dat blijkt uit de Whatsapp berichten tussen partijen op 13 oktober 2025 en de verschillende stukken die [naam 1] heeft overgelegd. Uit het vervolg van de onder 2.4 geciteerde Whatsappwisseling tussen partijen op 13 oktober 2025 blijkt vervolgens onvoldoende dat deze datum zou worden teruggedraaid naar 1 november 2025. Turn Over schrijft dat zij [naam 1] pas vanaf 1 november 2025 volledig kan inwerken en [naam 1] daarom met een collega moet bespreken wat zij die maand verder kan doen. Dat duidt op een dienstverband per 6 oktober 2025. Weliswaar schrijft Turn Over ook “Dan kan zij het op 1 nov zetten” en vraagt zij of [naam 1] nog wel salaris heeft tot 1 november. Maar daar staat tegenover dat [naam 1] schrijft dat een collega aan haar heeft gevraagd werkzaamheden te doen (voor alle jongeren nagaan of de beschikkingen enzovoort goed staan) en uit de door [naam 1] overgelegde stukken blijkt dat zij die werkzaamheden ook in oktober 2025 heeft gedaan. Zo schrijft [naam 1] op 20 oktober 2025 via Whatsapp aan een collega dat de afspraak nu is dat zij de aanmeldingen uit de mail pakt en dat er best wat nieuwe aanmeldingen in de mail staan en zij dat oppakt. Op 27 oktober 2025 vraagt deze collega aan [naam 1] of zij die dag tijd heeft om de statussen door te nemen in Carefriend. Verder vraagt een andere collega op 8 oktober 2025 via Whatsapp aan [naam 1] of zij die dag vanuit huis werkt of op kantoor. Daarom is het vervolg van de appwisseling op 13 oktober 2025 onvoldoende om uit af te leiden dat de ingangsdatum van de arbeidsovereenkomst zou worden aangepast naar 1 november 2025 en dat daar overeenstemming over was. De onduidelijkheid over de ingangsdatum van de arbeidsovereenkomst komt voor rekening en risico van Turn Over. Dat [naam 1] op 3 november 2025 heeft gevraagd haar contract aan te passen naar 3 november 2025 maakt dit niet anders.
De arbeidsovereenkomst is niet rechtsgeldig opgezegd
4.5.
Op grond van het vorenstaande komt de kantonrechter tot het oordeel dat Turn Over het ontslag heeft gegeven na afloop van de proeftijd.
4.6.
Omdat geen sprake is van een geldig proeftijdontslag, [naam 1] niet heeft ingestemd met de onmiddellijke beëindiging per 10 november 2025 en ook geen sprake is van een opzegging wegens een dringende reden, is de opzegging niet rechtsgeldig. [1] De door [naam 1] verzochte verklaring voor recht zal worden toegewezen.
Vergoeding wegens onregelmatige opzegging
4.7.
De gevorderde vergoeding wegens onregelmatige opzegging zal worden toegewezen, omdat is opgezegd tegen een eerdere dag dan die tussen partijen geldt. [2] De vergoeding is gelijk aan het bedrag van het loon over de opzegtermijn, te weten € 8.164,14 bruto. De gevorderde wettelijke rente over deze vergoeding wordt toegewezen, te rekenen vanaf de dag waarop de arbeidsovereenkomst is geëindigd, dus vanaf 10 november 2025.
Transitievergoeding
4.8.
Tussen partijen is niet in geschil dat Turn Over de transitievergoeding is verschuldigd. De bewindvoerder heeft de transitievergoeding over de periode 6 oktober tot en met 10 november 2025 berekend op € 98,00 bruto. Turn Over heeft de hoogte betwist en met een berekening onderbouwd dat deze € 96,56 bruto moet zijn.
4.9.
De kantonrechter moet ambtshalve de hoogte van de transitievergoeding vaststellen. [3] Partijen hebben de transitievergoeding berekend over de periode 6 oktober 2025 tot en met 10 november 2025. Bij onregelmatige opzegging van een arbeidsovereenkomst door de werkgever, wat hier het geval is, moet het recht op en de hoogte van de transitievergoeding worden bepaald aan de hand van het tijdstip waarop de arbeidsovereenkomst zou zijn geëindigd als de werkgever deze regelmatig zou hebben opgezegd. [4]
4.10.
Turn Over had de arbeidsovereenkomst met [naam 1] kunnen opzeggen met inachtneming van een opzegtermijn van twee maanden, dus tegen 31 januari 2026. Uitgaande van deze einddatum berekent de kantonrechter de transitievergoeding op
€ 320,70 bruto. Daarop moet in mindering worden gebracht het bedrag aan transitievergoeding van € 27,99 dat al door Turn is betaald. Het bedrag dat resteert is
€ 292,71 bruto. Turn Over zal worden veroordeeld tot betaling van dat bedrag. De gevorderde wettelijke rente over de transitievergoeding wordt toegewezen, te rekenen vanaf een maand na de dag waarop de arbeidsovereenkomst is geëindigd, dus vanaf 10 december 2025.
Billijke vergoeding
4.11.
De bewindvoerder heeft berust in het ontslag en verzoekt in plaats van vernietiging om toekenning van een billijke vergoeding. Het verzoek van de bewindvoerder tot toekenning van een billijke vergoeding wordt toegewezen, omdat Turn Over de arbeidsovereenkomst in strijd met de wet heeft opgezegd en de werknemer in dat geval aanspraak heeft op een billijke vergoeding. [5]
4.12.
Voor het vaststellen van de hoogte van de toe te kennen billijke vergoeding zijn in de rechtspraak uitgangspunten geformuleerd. [6] De kantonrechter moet bij het bepalen van de billijke vergoeding rekening houden met alle (uitzonderlijke) omstandigheden van het geval en die vergoeding moet daarbij aansluiten. Het gaat er uiteindelijk om dat de werknemer wordt gecompenseerd voor het ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever. Ook met de gevolgen van het ontslag kan rekening worden gehouden, voor zover die gevolgen zijn toe te rekenen aan het verwijt dat de werkgever kan worden gemaakt. De billijke vergoeding heeft geen bestraffend doel, maar met de billijke vergoeding kan ook worden tegengegaan dat werkgevers ervoor kiezen een arbeidsovereenkomst op ernstig verwijtbare wijze te laten eindigen.
4.13.
De kantonrechter neemt bij de vaststelling van de hoogte van de billijke vergoeding het volgende in aanmerking. [naam 1] had een arbeidsovereenkomst voor de duur van zeven maanden en heeft vijf weken gewerkt. [naam 1] is door de toekenning van de gefixeerde schadevergoeding financieel gecompenseerd tot het verstrijken van de opzegtermijn bij regelmatige opzegging (31 januari 2026). Gedurende de periode van 1 februari tot de oorspronkelijk beoogde einddatum (5 mei 2026) zou [naam 1] € 9.556,96 bruto inclusief vakantiegeld en eindejaarsuitkering hebben verdiend. De kantonrechter vindt het redelijk van dit inkomensverlies af te trekken het inkomen dat [naam 1] als alternatief zou kunnen verwerven, namelijk een WW-uitkering of inkomen uit een andere baan en schat dat voorzichtigheidshalve over deze periode op € 6.000,00 bruto. [naam 1] heeft niet gesteld en onderbouwd dat dit onredelijk is. Dat bedrag wordt daarom op het inkomensverlies in mindering gebracht. Daarbij ziet de kantonrechter in de duur van het dienstverband aanleiding de uitkomst te matigen naar € 2.000,00. Voor een verhoging is verder geen aanleiding, omdat Turn Over ervan uitging dat het proeftijdontslag tijdig was gegeven en dus geen sprake was van opzet. Gelet op het voorgaande zal de kantonrechter een billijke vergoeding toekennen van € 2.000,00. De gevorderde wettelijke rente over deze vergoeding wordt toegewezen, te rekenen vanaf de veertiende dag na de datum van deze beschikking.
Achterstallig loon en niet genoten vakantiedagen
4.14.
Turn Over heeft over 6 oktober tot en met 31 oktober 2025 geen loon betaald aan [naam 1] en evenmin de niet genoten vakantiedagen over die periode uitbetaald. De hoogte van de door [naam 1] berekende bedragen van € 2.848,74 bruto aan achterstallig loon en
€ 397,35 bruto aan niet genoten vakantiedagen is niet weersproken. Turn Over zal worden veroordeeld tot betaling van deze bedragen.
4.15.
De kantonrechter ziet aanleiding de wettelijke verhoging over het achterstallig loon te beperken tot 10 %. De wettelijke rente is toewijsbaar zoals gevorderd.
Salarisspecificaties en jaaropgaven
4.16.
Ook zal Turn Over worden veroordeeld tot het verstrekken van een deugdelijke bruto/netto salarisspecificatie over de periode 6 oktober tot en met 10 november 2025 met de betaalde en te betalen bedragen. De gevorderde dwangsom zal worden afgewezen, omdat Turn Over heeft toegezegd deze specificatie over te leggen en de kantonrechter geen aanleiding heeft te twijfelen aan deze toezegging.
Voorlopige voorziening
4.17.
Het verzoek om een voorlopige voorziening moet worden afgewezen. Een voorlopige voorziening kan alleen worden getroffen voor de duur van de procedure. Deze procedure is echter al geëindigd doordat een beslissing wordt genomen op het verzoek van de bewindvoerder. [7]
Turn Over moet de proceskosten betalen
4.18.
De proceskosten komen voor rekening van Turn Over, omdat zij overwegend ongelijk krijgt en sprake is van (ernstig) verwijtbaar handelen of nalaten van Turn Over. De proceskosten aan de zijde van de bewindvoerder worden begroot op € 1.099,00 (€ 90,00 aan griffierecht, € 865,00 aan salaris gemachtigde en € 144,00 aan nakosten).

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
verklaart voor recht dat de opzegging van de arbeidsovereenkomst met [naam 1] door Turn Over op 10 november 2025 niet rechtsgeldig is gegeven,
5.2.
veroordeelt Turn Over om aan de bewindvoerder de vergoeding wegens onregelmatige opzegging te betalen van € 8.164,14 bruto, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 10 november 2025 tot aan de dag van de gehele betaling,
5.3.
veroordeelt Turn Over om aan de bewindvoerder een transitievergoeding te betalen van € 292,71 bruto, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 10 december 2025 tot aan de dag van de gehele betaling,
5.4.
veroordeelt Turn Over om aan de bewindvoerder een billijke vergoeding te betalen van € 2.000,00 bruto, te vermeerderen met de wettelijke rente te rekenen vanaf de veertiende dag na de datum van deze beschikking, tot aan de dag van de gehele betaling,
5.5.
veroordeelt Turn Over om aan de bewindvoerder te betalen het achterstallig loon inclusief vakantiegeld en eindejaarsuitkering van € 2.848,74 bruto, te vermeerderen met de wettelijke verhoging met een maximum van 10 % en te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 10 november 2025 tot aan de dag van de gehele betaling,
5.6.
veroordeelt Turn Over om aan de bewindvoerder te betalen de niet genoten vakantiedagen van € 397,35 bruto, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 10 november 2025 tot aan de dag van de gehele betaling,
5.7.
veroordeelt Turn Over om aan de bewindvoerder te verstrekken een deugdelijke bruto/netto specificatie vanaf 6 oktober 2025 tot en met 10 november 2025 met daarin de betaalde en nog te betalen bedragen verwerkt,
5.8.
veroordeelt Turn Over in de proceskosten van € 1.099,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,
5.9.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad [8] ,
5.10.
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.C. van Rijn en in het openbaar uitgesproken op 2 maart 2026.

Voetnoten

1.Artikel 7:671 lid 1 BW Pro.
2.Artikel 7:672 lid 11 BW Pro.
3.Zie de uitspraak van de Hoge Raad van 7 maart 2025, te vinden op www.rechtspraak.nl, onder nummer ECLI:NL:HR:2025:365.
4.Zie de uitspraak van de Hoge Raad van 17 juli 2020, te vinden op www.rechtspraak.nl, onder nummer ECLI:NL:HR:2020:1286.
5.Artikel 7:681 lid 1 aanhef Pro en onder a BW.
6.Zie de uitspraak van de Hoge Raad van 30 juni 2017, te vinden op www.rechtspraak.nl, onder nummer ECLI:NL:HR:2017:1187 (
7.Artikel 223 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
8.Uitvoerbaar bij voorraad betekent dat de veroordelingen in de beschikking uitgevoerd moeten worden, ook als eventueel in hoger beroep wordt gegaan.