Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2026:2708

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
1 april 2026
Publicatiedatum
16 maart 2026
Zaaknummer
12029234
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:230l BWRichtlijn 93/13/EEG
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging onredelijk bezwarende bedingen in algemene voorwaarden Swapfiets

Swapfiets heeft de gedaagde gedagvaard voor betaling van een bedrag van € 820,70 vermeerderd met incassokosten, wettelijke rente en proceskosten. De gedaagde heeft niet gereageerd, waarna de kantonrechter vonnis heeft bepaald.

De rechtbank heeft ambtshalve getoetst of Swapfiets heeft voldaan aan de precontractuele informatieplichten op grond van artikel 6:230l BW en oordeelde dat dit voldoende is onderbouwd. Vervolgens is onderzocht of de algemene voorwaarden van Swapfiets oneerlijke bedingen bevatten, waarbij het incassobeding en het prijswijzigingsbeding als onredelijk bezwarend zijn aangemerkt en vernietigd.

De vernietiging van het prijswijzigingsbeding leidt ertoe dat alleen de oorspronkelijk overeengekomen prijs verschuldigd is, waardoor een deel van de gevorderde termijnen wordt afgewezen. De vordering tot vervangende schadevergoeding wordt wel toegewezen. De incassokosten worden afgewezen vanwege de vernietiging van het incassobeding. De wettelijke rente wordt toegewezen over het toewijsbare bedrag vanaf de dag van dagvaarding. De proceskosten worden aan de gedaagde opgelegd.

De kantonrechter veroordeelt de gedaagde tot betaling van € 797,10 plus wettelijke rente en proceskosten, verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad en wijst de overige vorderingen af.

Uitkomst: Incassobeding en prijswijzigingsbeding vernietigd, gedaagde veroordeeld tot betaling van € 797,10 met rente en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 12029234 \ CV EXPL 25-8656
Uitspraakdatum: 1 april 2026
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de besloten vennootschap
Swapfiets B.V.
te Amsterdam
de eisende partij
hierna te noemen: Swapfiets
gemachtigde: [gemachtigde]
tegen
[gedaagde]
te [plaats]
de gedaagde partij
hierna te noemen: [gedaagde]
procederend in persoon

1.De procedure

1.1.
Swapfiets heeft [gedaagde] gedagvaard op 19 december 2025.
1.2.
[gedaagde] heeft, ondanks het verleende uitstel, niet gereageerd. Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De beoordeling

2.1.
Swapfiets vordert veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 820,70, te vermeerderen met de buitengerechtelijke incassokosten, de wettelijke rente en de proceskosten.
Ambtshalve toetsing van de precontractuele informatieplichten
2.2.
De vordering is gebaseerd op een overeenkomst tussen een handelaar en een consument, anders dan een overeenkomst op afstand of buiten de verkoopruimte gesloten. Bij het sluiten van dergelijke overeenkomsten moet de handelaar voldoen aan de wettelijke precontractuele informatieplichten van artikel 6:230l van het Burgerlijk Wetboek (BW). Dat aan deze plichten is voldaan, moet gemotiveerd worden gesteld en onderbouwd. De kantonrechter moet er ambtshalve op toezien dat die voorschriften worden nageleefd, dus ook als er geen verweer is gevoerd. [1]
2.3.
De kantonrechter is van oordeel dat Swapfiets voldoende heeft toegelicht en onderbouwd dat is voldaan aan de precontractuele informatieplichten.
Ambtshalve toetsing van de algemene voorwaarden
2.4.
De kantonrechter is, gelet op het Dexia-arrest [2] , gehouden om onderzoek te doen naar (mogelijk) oneerlijke bedingen in de toepasselijke algemene voorwaarden. Volgens Richtlijn 93/13/EEG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten is een beding oneerlijk wanneer dit het evenwicht tussen de wederzijdse rechten en verplichtingen ten nadele van de consument aanzienlijk verstoort. De kantonrechter moet in iedere procedure over ieder onderdeel van de vordering beoordelen of daarover in de algemene voorwaarden afspraken zijn gemaakt en of die afspraken al dan niet oneerlijk zijn ten opzichte van de consument. Als de kantonrechter oordeelt dat een contractuele afspraak oneerlijk is, moet het beding worden vernietigd en moet de vordering op dat onderdeel worden afgewezen (ook als de eisende partij in de procedure een beroep doet op wettelijke bepalingen in plaats van op die contractuele afspraak).
2.5.
Uit de overgelegde stukken blijkt dat op de overeenkomst de ‘Algemene Voorwaarden’ van Swapfiets van juli 2020 (hierna: de algemene voorwaarden) van toepassing zijn.
2.6.
In een eerdere zaak van Swapfiets heeft de kantonrechter het incassobeding (artikel 10.3) en het prijswijzigingsbeding (artikel 13.1) van de algemene voorwaarden oneerlijk bevonden. [3] De kantonrechter ziet geen reden om daar nu anders over te denken en vernietigt daarom deze bedingen. De gevolgen van de vernietiging zullen hierna onder 2.8 en 2.11 worden besproken.
2.7.
Het andere beding uit de algemene voorwaarden dat verband houdt met de vordering, te weten artikel 6.11 over de vervangende schadevergoeding, is door de kantonrechter getoetst en niet oneerlijk bevonden.
Wat is toewijsbaar?
2.8.
De vernietiging van het prijswijzigingsbeding heeft tot gevolg dat [gedaagde] alleen de oorspronkelijk overeengekomen prijs per maand aan Swapfiets verschuldigd is. Voor zover hogere maandbedragen in rekening zijn gebracht, is het meerdere niet toewijsbaar. Dat betekent dat een bedrag van € 447,10 aan termijnen zal worden toegewezen, en € 23,60 zal worden afgewezen. [4]
2.9.
De gevorderde (vervangende) schadevergoeding van € 350,00 is toewijsbaar zoals gevorderd.
2.10.
De vordering tot vergoeding van de verschenen rente zal worden afgewezen, omdat Swapfiets die rente (gelet op de toewijsbare hoofdsom) over een te hoog bedrag heeft berekend. De wettelijke rente zal worden toegewezen over de toewijsbare hoofdsom vanaf de dag van de dagvaarding.
2.11.
De vernietiging van het incassobeding heeft tot gevolg dat de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen.
2.12.
De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde], omdat zij (grotendeels) ongelijk krijgt.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan Swapfiets van € 797,10, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 19 december 2025 tot aan de dag van de gehele betaling;
3.2.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van Swapfiets tot en met vandaag vaststelt op:
dagvaarding € 120,78;
griffierecht € 350,00;
salaris gemachtigde € 144,00;
3.3.
verklaart de veroordelingen in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.4.
wijst de vordering voor het overige af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.P.E. Oomens en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter

Voetnoten

1.Zie, onder meer, het arrest van de Hoge Raad van 12 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1677.
2.HvJ EU 27 januari 2021, C‑229/19 en C‑289/19, ECLI:EU:C:2021:68 (Dexia).
4.Berekend op basis van het overzicht in de brief van 14-08-2023, overgelegd als productie 5