Uitspraak
uitspraak van de meervoudige douanekamer van 3 april 2026 in de zaak tussen
[eiseres] LLC, gevestigd te [vestigingsplaats] , eiseres
de ontvanger van de Douane, verweerder
Inleiding
Ambtshalve
Feiten
Beoordeling van het geschil
Conclusie
24 maart 2026. De redelijke termijn van twee jaar (voor de bezwaar- en beroepsfase) is dus overschreden met 58 (82 -/- 24) maanden. Hoewel de rechtbank het beroep heeft aangehouden in afwachting van de beantwoording van prejudiciële vragen van de rechtbank Gelderland en verweerder moeilijk bereikbaar is geweest voor de rechtbank, ziet de rechtbank hierin geen aanleiding om de redelijke termijn te verlengen, zodat aan eiseres een vergoeding van immateriële schade toekomt van € 5.000. De termijnoverschrijding is volledig toe te rekenen aan de beroepsfase. Gelet hierop zal de rechtbank de Staat (de minister van Justitie en Veiligheid) veroordelen tot het betalen van de schadevergoeding.