De werknemer was sinds 11 juli 2024 werkzaam bij Tempo-Team op basis van meerdere uitzendovereenkomsten, laatstelijk in fase B van de CAO voor Uitzendkrachten. De laatste uitzendovereenkomst liep van 3 november 2025 tot en met 7 december 2025. Tempo-Team beëindigde de overeenkomst van rechtswege per 8 december 2025, wat zij schriftelijk en mondeling aan de werknemer heeft bevestigd.
De werknemer stelde dat de uitzendovereenkomst niet rechtsgeldig was geëindigd omdat hij de contracten in fase B niet tijdig schriftelijk had ontvangen en dat er sprake was van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Hij verzocht om een billijke vergoeding en een vergoeding wegens onregelmatige opzegging.
De kantonrechter oordeelde dat de fasen systematiek van de CAO duidelijk is en dat de uitzendovereenkomst in fase B standaard voor drie maanden geldt, tenzij anders overeengekomen en bevestigd. Het verbeterplan en de brief van Tempo-Team bevestigden de contractduur tot 7 december 2025. De werknemer had geen recht op een contract voor onbepaalde tijd omdat fase B nog niet was afgerond en het maximum aantal contracten niet was bereikt.
Daarom is de uitzendovereenkomst rechtsgeldig geëindigd van rechtswege per 8 december 2025. Het verzoek om vergoedingen wordt afgewezen en de werknemer wordt veroordeeld in de proceskosten.