Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2026:5471

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
7 mei 2026
Publicatiedatum
15 mei 2026
Zaaknummer
11397124 \ CV EXPL 24-3017
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Tussenuitspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:230m lid 1 BWArt. 6:230v lid 3 BWArt. 22 KeurmerkvoorwaardenArt. 47 KeurmerkvoorwaardenArt. 50 Keurmerkvoorwaarden
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toetsing bestelknop en oneerlijk ontbindingsbeding in private leaseovereenkomst

In deze zaak vordert Van Mossel Autolease Zuid B.V. betaling van een restantbedrag uit een private leaseovereenkomst. De gedaagde partij is verstek verleend. De kantonrechter toetst ambtshalve of aan de (pre)contractuele informatieplichten is voldaan, waaronder de vereisten rond de bestelknop bij elektronische overeenkomsten. Het is onduidelijk of een bestelknop is gebruikt, waardoor niet kan worden vastgesteld of aan artikel 6:230v lid 3 BW is voldaan.

Daarnaast toetst de rechter de toepasselijke algemene voorwaarden op oneerlijke bedingen. Artikel 22 van Pro de keurmerkvoorwaarden, dat een ontbindingsbeding regelt zonder redelijkheidstoets, wordt als oneerlijk beoordeeld en vernietigd. Hierdoor vervalt de aanspraak op de ontbindingsvergoeding die daarmee samenhangt.

De overige bedingen die verband houden met de vordering worden niet oneerlijk bevonden. De eisende partij krijgt gelegenheid om nadere toelichting te geven over het bestelproces. De verdere beslissing wordt aangehouden tot na deze toelichting.

Uitkomst: Oneerlijk ontbindingsbeding vernietigd, verdere beslissing aangehouden voor nadere toelichting over bestelknop.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Zaanstad
Zaaknr./rolnr.: 11397124 \ CV EXPL 24-3017
Uitspraakdatum: 7 mei 2026
Tussenvonnis van de kantonrechter in de zaak van:
Van Mossel Autolease Zuid B.V.
te Tilburg
de eisende partij
gemachtigde: Flanderijn
tegen
[gedaagde]
te [plaats]
de gedaagde partij
niet verschenen

1.De procedure

1.1.
De eisende partij heeft de gedaagde partij gedagvaard. Tegen de gedaagde partij is verstek verleend.

2.De beoordeling

2.1.
De eisende partij vordert veroordeling van de gedaagde partij tot betaling van
€ 2.500,00, onder uitdrukkelijke reservering van haar rechten op het restant, vermeerderd met de wettelijke rente en de proceskosten. Het bedrag van de oorspronkelijke vordering heeft betrekking op een hoofdsom van € 7.929,89, wettelijke rente van € 731,10 en buitengerechtelijke incassokosten van € 771,50, waarbij de gedaagde partij deelbetalingen heeft gedaan van in totaal € 3.200,00.
2.2.
De vordering is gebaseerd op een overeenkomst op afstand tussen een handelaar en een consument. Bij het sluiten van dergelijke overeenkomsten moet ter bescherming van de consument aan de wettelijke (pre)contractuele informatieplichten van de artikelen 6:230m lid 1 en 6:230v van het Burgerlijk Wetboek (BW) worden voldaan. Dat aan deze plichten is voldaan, moet gemotiveerd worden gesteld en onderbouwd. De kantonrechter moet er ambtshalve op toezien dat die voorschriften worden nageleefd, dus ook als er geen verweer is gevoerd. [1]
Ambtshalve toetsing van informatieplichten: de bestelknop
2.3.
Artikel 6:230v lid 3 BW bevat een bijzondere verplichting voor overeenkomsten die op elektronische wijze worden gesloten, zoals de onderhavige overeenkomst. Deze verplichting houdt in dat de handelaar het elektronische bestelproces zo moet inrichten dat de consument een aanbod pas kan aanvaarden als hem op niet voor misverstand vatbare wijze duidelijk is gemaakt dat zijn bestelling een betalingsverplichting inhoudt. Indien de overeenkomst wordt aanvaard door gebruik van een knop of soortgelijke functie, moet die knop of soortgelijke functie worden uitgerust met een goed leesbare, ondubbelzinnige formulering waaruit blijkt dat het plaatsen van de bestelling een betalingsverplichting jegens de handelaar inhoudt.
2.4.
Om te beoordelen of de handelaar aan deze verplichting heeft voldaan, moet alleen rekening worden gehouden met de woorden op de bestelknop (of soortgelijke functie) waarmee de consument het bestelproces afrondt. Er mag geen acht worden geslagen op de verdere omstandigheden van het bestelproces. [2]
2.5.
Uit de stellingen van de eisende partij blijkt niet of zij in het bestelproces gebruikmaakt van een bestelknop (of soortgelijke functie). Evenmin heeft zij een schermafbeelding overgelegd van het proces om de overeenkomst te tekenen. In de brief bij de leaseovereenkomst (productie 1) staat echter dat deze getekend kan worden door middel van een knop met daarop het opschrift “tekenen”. Daarmee zou naar het oordeel van de kantonrechter in ieder geval geen duidelijke mededeling zijn gedaan dat de consument met het aanklikken van die knop een betalingsverplichting aangaat. Er zou dan ook niet voldaan zijn aan de verplichting van artikel 6:230v lid 3 BW.
2.6.
In de in productie 4 opgenomen e-mail staat daarentegen dat een ‘opdrachtbevestiging’ moet worden ondertekend en dat digitaal getekende documenten niet worden geaccepteerd. In dat geval zou géén sprake zijn van een bestelknop. Dit lijkt echter niet te stroken met de overgelegde overeenkomst, die vermeldt dat deze wel degelijk digitaal is ondertekend (productie 1). Al met al is onduidelijk hoe de overeenkomst tot stand is gekomen en of de eisende partij daarbij gebruik heeft gemaakt van een bestelknop (of soortgelijke functie).
2.7.
De eisende partij zal in de gelegenheid worden gesteld zich bij akte uit te laten over het moment van tot stand komen van de overeenkomst en toe te lichten of daarbij gebruik is gemaakt van een bestelknop (of soortgelijke functie).
Ambtshalve toetsing van de (pre)contractuele informatieplichten
2.8.
De kantonrechter is van oordeel dat de eisende partij voldoende heeft toegelicht en onderbouwd dat is voldaan aan de overige (pre)contractuele informatieplichten.
Ambtshalve toetsing van de algemene voorwaarden
2.9.
De kantonrechter moet onderzoek doen naar (mogelijk) oneerlijke bedingen in de toepasselijke algemene voorwaarden. [3] Volgens Richtlijn 93/13/EEG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten is een beding oneerlijk wanneer dit het evenwicht tussen de wederzijdse rechten en verplichtingen ten nadele van de consument aanzienlijk verstoort. De kantonrechter moet in iedere procedure over ieder onderdeel van de vordering beoordelen of daarover in de algemene voorwaarden afspraken zijn gemaakt en of die afspraken al dan niet oneerlijk zijn ten opzichte van de consument. Als de kantonrechter oordeelt dat een contractuele afspraak oneerlijk is, moet het beding worden vernietigd en moet de vordering op dat onderdeel worden afgewezen (ook als de eisende partij in de procedure een beroep doet op wettelijke bepalingen in plaats van op die contractuele afspraak).
2.10.
Op de overeenkomst(en) zijn de volgende algemene voorwaarden van toepassing verklaard: ‘Algemene voorwaarden keurmerk private lease’ van 1 december 2017 (hierna: de keurmerkvoorwaarden), de ‘Aanvullende voorwaarden behorend bij de Algemene Voorwaarden van het Keurmerk Private Lease’ van 1 januari 2018 (hierna: de aanvullende voorwaarden) en de ‘Algemene verzekeringsvoorwaarden motorrijtuigen’ van 1 januari 2018 (hierna: de verzekeringsvoorwaarden).
2.11.
Artikel 22 van Pro de keurmerkvoorwaarden luidt als volgt:
‘Wat kan er verder gebeuren als het termijnbedrag of andere bedragen niet tijdig betaald worden?De leasemaatschappij kan de overeenkomst dan ontbinden. Dan moet u naast de openstaande bedragen ook een ontbindingsvergoeding betalen. Die is gelijk aan de opzeggingsvergoeding in artikel 47 eventueel Pro vermeerderd met de vertragingsrente en incassokosten voor zover deze zijn aangezegd. In de Aanvullende Voorwaarden kan echter een afwijkende regeling zijn opgenomen, die voorziet in een lagere ontbindingsvergoeding. Om de leaseovereenkomst wegens niet-betaling te kunnen ontbinden, moet de leasemaatschappij u eerst een aangetekende brief sturen, met een kopie per gewone brief of per e-mail. In die brief moet de leasemaatschappij u in de gelegenheid stellen alsnog binnen 14 dagen te betalen, onder mededeling dat zij anders de leaseovereenkomst mag ontbinden en dat u dan de hiervoor genoemde vergoeding verschuldigd wordt. Indien op het moment waarop die termijn afloopt, de leaseovereenkomst kan worden opgezegd, moet de leasemaatschappij u wijzen op de regeling van opzegging van artikel 46.’
2.12.
Dit beding wijkt ten nadele van de consument af van de wettelijke regeling omdat daarin is bepaald dat alleen mag worden ontbonden als de tekortkoming zodanig ernstig is dat dit de ontbinding rechtvaardigt. Daar zit een redelijkheidstoets in die het beding niet kent. Integendeel, op grond van het beding kan de eisende partij bij het onbetaald laten van een leasetermijn of andere bedragen direct tot ontbinding overgaan en een ontbindingsvergoeding in rekening brengen, ook als zo’n ontbinding met haar gevolgen, gelet op de geringe aard van de tekortkoming, niet gerechtvaardigd zou zijn. Weliswaar staat in artikel 50 van Pro de keurmerkvoorwaarden dat de eisende partij gebruik kan maken van de wettelijke ontbindingsmogelijkheden, maar in het beding is niet opgenomen dat ook gebruik moet worden gemaakt van de wettelijke vereisten in het kader van ontbinding. Daarom is het beding oneerlijk.
2.13.
De eisende partij heeft zich op het standpunt gesteld dat de overeenkomst en de algemene voorwaarden geen onredelijk bezwarende bedingen bevatten. De kantonrechter volgt dit standpunt niet gelet op wat hiervoor is overwogen en vernietigt artikel 22 van Pro de keurmerkvoorwaarden.
2.14.
Dit heeft tot gevolg dat de gevorderde ontbindingsvergoeding (op grond van artikel 47 van Pro de keurmerkvoorwaarden) niet verschuldigd is. Deze is immers onlosmakelijk verbonden met dit beding. Dit betekent dat een gedeelte van € 3.715,08 van de oorspronkelijke hoofdsom zal worden afgewezen. [4]
2.15.
De overige bedingen uit de keurmerkvoorwaarden die verband houden met de vordering, te weten de artikelen 12, 13, 14, 15, 20, 21, 47 en 62, voor zover dit laatste artikel betrekking heeft op de kosten voor de ontbrekende hoedenplank, zijn door de kantonrechter getoetst en niet oneerlijk bevonden.
2.16.
Het beding uit de aanvullende voorwaarden dat verband houdt met de vordering, te weten artikel 47 is Pro door de kantonrechter getoetst en niet oneerlijk bevonden.
2.17.
De kantonrechter heeft geconstateerd dat in de verzekeringsvoorwaarden geen bedingen staan die verband houden met de onderhavige vordering. Daarom zal de kantonrechter deze bedingen niet toetsen op (on)eerlijkheid.
Conclusie
2.18.
De eisende partij wordt in de gelegenheid gesteld zich bij akte de onder 2.7 bedoelde toelichting te geven.
2.19.
Als aan de hierboven bedoelde opdracht niet of niet volledig wordt voldaan, zal de kantonrechter daaraan op grond van de artikelen 22 en 139 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering de gevolgen verbinden die zij geraden acht.
2.20.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
verwijst de zaak naar de rol van 4 juni 2026 om de eisende partij in de gelegenheid te stellen zich bij akte uit te laten over het voorshands uitgesproken oordeel zoals hiervoor is overwogen;
3.2.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.P.E. Oomens en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter

Voetnoten

1.Zie, onder meer, het arrest van de Hoge Raad van 12 november 2021,ECLI:NL:HR:2021:1677.
2.HvJ EU 7 april 2022, ECLI:EU:C:2022:269 (Fuhrmann), punt 28.
3.HvJ EU 27 januari 2021, C‑229/19 en C‑289/19, ECLI:EU:C:2021:68 (Dexia).
4.Anders: Rb. Amsterdam 30 januari 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:2210.