Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Het procesverloop
- het verweerschrift van 5 december 2025;
- de aanvullende stukken van [verzoeker] van 8 december 2025;
- de pleitnota van [verzoeker];
- de pleitnota van ’t Hemeltje.
2.Feiten
3.Het verzoek
4.Het verweer en het tegenverzoek
5.De beoordeling
de wil en de verklaring van de werkgever gericht moeten zijn op het beëindigen van de arbeidsrelatie en de werknemer dit ook als zodanig heeft mogen opvatten’. Bij de uitleg daarvan zijn alle omstandigheden van het geval van belang, zoals de rechtsgevolgen voor de werknemer die zijn verbonden aan de mededeling van de werkgever. Als immers wordt aangenomen dat de mededeling van de werkgever kwalificeert als een opzegging, geldt voor de werknemer een (relatief korte) vervaltermijn van twee maanden om tegen de opzegging op te komen. Een andere omstandigheid die van belang kan zijn, is of de werkgever in de onjuiste veronderstelling verkeerde dat sprake is van een overeenkomst voor bepaalde tijd die van rechtswege afloopt. Die onjuiste veronderstelling mag niet zonder meer ten nadele van de werknemer werken.
arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd op te zeggen, maar om
een tijdelijke arbeidsovereenkomst aan te zeggenen (daarmee) de verschuldigdheid van een aanzegvergoeding te voorkomen.
konworden dan als een opzegging. Dergelijke omstandigheden spelen in het onderhavige geval niet.