Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2026:7385

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
20 mei 2026
Publicatiedatum
19 juni 2026
Zaaknummer
K/4101/11009898
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5:113 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering verwarmingskosten wegens onvoldoende inzichtelijkheid en niet-ontvankelijkheid eisvermeerdering huur overpad

In deze civiele zaak vordert eiseres betaling van huurachterstand, betalingsachterstand en buitengerechtelijke incassokosten van gedaagde, Horeca Exploitatiemaatschappij Nedital B.V. De kantonrechter had eiseres in een tussenvonnis opgedragen haar vordering inzake verwarmingskosten inzichtelijk te maken, wat niet is gebeurd. Hierdoor kon de juistheid van de vordering niet worden beoordeeld en werd deze afgewezen.

Eiseres probeerde haar eis te verhogen met betrekking tot de huur overpad, maar dit werd niet-ontvankelijk verklaard omdat hierover reeds een eindoordeel was gegeven in het tussenvonnis. Gedaagde stelde een voorwaardelijke tegenvordering in tot terugbetaling van ten onrechte betaalde verwarmingskosten, maar deze werd afgewezen omdat de voorwaarde waaronder deze was ingesteld niet was vervuld.

De kantonrechter kende eiseres een vergoeding toe voor buitengerechtelijke incassokosten, maar compenseerde de proceskosten tussen partijen, zodat ieder zijn eigen kosten draagt. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: De vordering van eiseres wordt afgewezen wegens onvoldoende inzichtelijkheid en niet-ontvankelijkheid van eisvermeerdering; gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van buitengerechtelijke kosten.

Uitspraak

RECHTBANKNOORD-HOLLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Alkmaar
Zaaknummer: 11009898 \ CV EXPL 24-845 (SJ)
Vonnis van 20 mei 2026
in de zaak van
[eiser] ,
te [plaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: mr. T. Hovers,
tegen
de besloten vennootschap
Horeca Exploitatiemaatschappij Nedital B.V.,
te Warmenhuizen,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Nedital,
gemachtigde: mr. R. van der Hooft.
De zaak in het kort
In deze zaak heeft de kantonrechter in een eerder tussenvonnis eiseres de opdracht gegeven om haar vordering inzichtelijk te maken. Eiseres heeft niet aan de opdracht voldaan, zodat de vordering niet inzichtelijk is en om die reden wordt afgewezen. Verder wordt eiseres niet-ontvankelijk verklaard in haar eisvermeerdering ten aanzien van de ‘huur overpad’ omdat hierover in het tussenvonnis al een eindoordeel is gegeven. De voorwaardelijke tegenvordering van gedaagde wordt afgewezen omdat de voorwaarde waaronder die is ingesteld niet (geheel) is vervuld.

1.Het verdere procesverloop

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 27 november 2024;
- de akte uitlating tevens houdende vermeerdering van eis met producties van [eiser] ;
- de antwoordakte van Nedital;
- de e-mail van 15 april 2026 van [eiser] met een geactualiseerd overzicht van de betalingsachterstand;
- de mondelinge behandeling van 16 april 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt;
- de pleitnota van mr. Hovers;
- de pleitnota van mr. Van der Hooft.
1.2.
Vervolgens is het vonnis bepaald op vandaag.

2.De feiten

2.1.
In het tussenvonnis van 27 november 2024 heeft de kantonrechter geoordeeld dat [eiser] niet inzichtelijk heeft gemaakt welk deel van de in rekening gebrachte kosten ziet op de verwarmingskosten zodat niet kan worden vastgesteld met welk bedrag de vordering van [eiser] moet worden verminderd. Verder heeft de kantonrechter geoordeeld dat [eiser] zonder nadere onderbouwing is afgeweken van de breukdelen genoemd in artikel 23 lid 3 van Pro de splitsingsakte. De kantonrechter heeft het er daarom voor gehouden dat [eiser] is uitgegaan van onjuiste breukdelen. [eiser] is vervolgens in de gelegenheid gesteld om haar vordering bij akte inzichtelijk te maken in overeenstemming met het oordeel van de kantonrechter.

3.Het geschil

3.1.
[eiser] vordert in de akte uitlating tevens vermeerdering van eis dat de kantonrechter Nedital veroordeelt tot betaling van € 1.309,64 aan huurachterstand (‘huur overpad’) en € 16.892,06 aan betalingsachterstand in diens periodieke betalingsverplichting van 1 juli 2021 tot en met 6 september 2025 om bij de dragen in de kosten van de VvE, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de respectievelijke vervaldata van de facturen tot de datum van algehele betaling en tot betaling van € 957,02 aan buitengerechtelijk incassokosten.
3.2.
[eiser] stelt dat Nedital is gehouden om mee te betalen aan de vaste verwarmingskosten en wijst in dit verband op een vonnis van 24 februari 2016 van de kantonrechter te Leiden. In dit vonnis is een eerdere vordering van [eiser] om Nedital te veroordelen tot betaling van de kosten van het warmteverlies toegewezen omdat de ALV op 18 september 2014 heeft besloten dat het warmteverlies betreffende de horeca-appartementsrechten door alle horecaondernemers gezamenlijk wordt gedragen naar rato van de breukdelen van elk pand. Verder is in dit vonnis overwogen dat dit ALV-besluit niet met een verzoek tot vernietiging is voorgelegd aan de kantonrechter, zodat het besluit onaantastbaar is geworden. Nedital heeft tegen dit vonnis geen hoger beroep ingesteld.
3.3.
Nedital voert als verweer aan dat het ALV-besluit uit 2014 geen relevantie heeft omdat dit besluit nietig is. De verdeling van bijdrage in de kosten van een vereniging van eigenaars wordt niet vastgesteld door de ALV of besluiten daarvan en ook niet in een vonnis, maar in een akte van splitsing. Nedital wijst in dit verband op artikel 5:113 lid 2 BW Pro en het arrest van het Hof Arnhem-Leeuwarden van 30 november 2017 [1] .
3.4.
Nedital vordert bij wijze van voorwaardelijke tegenvordering dat de kantonrechter [eiser] veroordeelt tot betaling van € 20.700,00 aan ten onrechte betaalde verwarmingskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de datum van het te wijzen vonnis tot aan de dag van algehele betaling.
3.5.
[eiser] heeft de voorwaardelijke tegenvordering betwist.
3.6.
Op de standpunten van partijen zal hierna – voor zover nodig voor de beoordeling van de zaak – nader worden ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
De kantonrechter stelt vast dat de vorderingen van [eiser] onder 2.1 en 2.2 van het petitum van de dagvaarding niet zijn meer terug komen in het petitum van de akte. De kantonrechter gaat er daarom vanuit dat [eiser] deze vorderingen niet meer handhaaft en laat deze vorderingen dan ook verder buiten beschouwing.
4.2.
De kantonrechter wijst op het tussenvonnis van 27 november 2024 en overweegt dat hij geen aanleiding heeft om hierop terug te komen.
De ‘huur overpad’
4.3.
[eiser] stelt dat de achterstand met betrekking tot de ‘huur overpad’ ten opzichte van het bedrag, waartoe Nedital in het tussenvonnis van 27 november 2024 tot betaling is veroordeeld, is opgelopen met € 1.309,64. Dit betreft de termijnen over de periode van juli 2024 tot en met december 2025. [eiser] vermeerdert in zoverre haar eis.
4.4.
Nedital voert aan dat het indienen van een eisvermeerdering na de mondelinge behandeling en het wijzen van het vonnis in strijd is met de goede procesorde en dat [eiser] niet ontvankelijk moet worden verklaard ten aanzien van deze eiswijziging.
4.5.
De kantonrechter heeft in het tussenvonnis van 27 november 2024 ten aanzien van de ‘huur overpad’ een eindoordeel gegeven. Een eiswijziging ten aanzien van dit deel van de vordering is daarom niet mogelijk. [eiser] zal om die reden niet ontvankelijk worden verklaard in haar eiswijziging.
De kosten van het warmteverlies
4.6.
De kantonrechter heeft [eiser] in het tussenvonnis van 27 november 2024 de opdracht gegeven om bij akte inzichtelijk te maken welk deel van de in rekening gebrachte kosten ziet op de verwarmingskosten en daarbij de juiste breukdelen te hanteren. De kantonrechter stelt vast dat [eiser] hieraan niet heeft voldaan. [eiser] heeft gemeend te kunnen volstaan met het toezenden van en te verwijzen naar een vonnis uit 2016 van de kantonrechter te Leiden en het besluit van de ALV van 2014. Door niet te voldoen aan de opdracht, terwijl uit het tussenvonnis blijkt dat de kantonrechter de gevraagde verduidelijking noodzakelijk achtte voor zijn beslissing, kan de juistheid van de vordering van [eiser] niet worden beoordeeld. De kantonrechter overweegt dat [eiser] er ten onrechte van is uitgegaan dat de kantonrechter zich bij het nemen van zijn beslissing gebonden zou achten aan een vonnis van de kantonrechter uit 2016. Hiermee is [eiser] voorbij gegaan aan de bevoegdheid van de rechter om zich zelfstandig een oordeel over een zaak te vormen. De kantonrechter heeft daarom geen andere optie dan om de vordering van [eiser] af te wijzen.
De voorwaardelijke tegenvordering
4.7.
Nedital heeft als tegenvordering verzocht om [eiser] te veroordelen tot betaling van betaling van € 20.700,00 aan ten onrechte betaalde verwarmingskosten, op voorwaarde dat [eiser] een vordering op Nedital heeft en Nedital geen beroep kan doen op verrekening. Hiervoor is overwogen dat de vordering van [eiser] ten aanzien van de verwarmingskosten wordt afgewezen. Dit betekent dat [eiser] ten aanzien van de verwarmingskosten geen vordering heeft op Nedital en de voorwaarde waaronder Nedital haar (tegen)vordering heeft gedaan, niet (geheel) is vervuld. Op de tegenvordering hoeft dan ook niet te worden beslist.
De buitengerechtelijke kosten en de proceskosten
4.8.
Nedital is in het tussenvonnis veroordeelt tot betaling van € 1.997,14 in verband met ‘huur achterstand’, te vermeerderen met de wettelijke rente. [eiser] heeft nog aanspraak gemaakt op buitengerechtelijke kosten. De kantonrechter stelt vast dat [eiser] voldoende heeft gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht, zodat zij recht heeft op een vergoeding hiervan. De kantonrechter zal de buitengerechtelijke kosten toewijzen tot het wettelijk tarief dat hoort bij het toegewezen bedrag. Dat komt neer op € 299,57.
4.9.
De kantonrechter ziet in de uitkomst van de vordering en de voorwaardelijke tegenvordering aanleiding om te bepalen dat de proceskosten tussen partijen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
verklaart [eiser] niet-ontvankelijk in haar eiswijziging met betrekking tot de ‘huur overpad’;
5.2.
veroordeelt Nedital tot betaling aan [eiser] van € 299,57 aan buitengerechtelijke kosten;
5.3.
wijst de vordering van [eiser] voor het overige af;
5.4.
compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;
5.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.S. Reid en in het openbaar uitgesproken op 20 mei 2026.

Voetnoten

1.ECLI:NL:GHARL:2017:10505. Ten overvloede en ter instructie merkt de kantonrechter op dat het vonnis van de rechtbank Gelderland van 9 november 2022 (ECLI:NL:RBGEL:2022:6214) waar [eiser] in haar pleitnota naar verwijst, bij arrest 25 maart 2025 (ECLI:NL:GHARL:2025:1693) is vernietigd, waarbij de r.o.’en onder 4.1 t/m 4.8. van het arrest lezenswaardig zijn.