Uitspraak
RECHTBANK Noord-Holland
1.De procedure
- de dagvaarding (met producties),
- het verwijzingsvonnis van 25 maart 2026 waarbij de kantonrechter de zaak naar de sector handel heeft verwezen,
- de akte overlegging producties van [verzoeker] ontvangen op 19 mei 2026 (met producties),
- de mondelinge behandeling van 1 juni 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. VDIS heeft gebruik gemaakt van spreekaantekeningen, die zij, evenals een afschrift van haar privacybeleid, tijdens de mondelinge behandeling aan de rechtbank heeft overgelegd.
2.Feiten
Eerder op 18 juli jl heb ik u een verzoek op grond van artikel 15 van Pro de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) toegezonden. Tot op heden heeft u daarop niet gereageerd.
3.Het verzoek en het verweer
4.De beoordeling
de bedoeling van de betrokkene om een door de Unieregeling toegekend voordeel te verkrijgen door kunstmatig de voorwaarden te creëren waaronder het recht op dat voordeel ontstaat. Voor een dergelijke kwalificatie moeten voorts alle feiten en omstandigheden van het geval in aanmerking worden genomen.´ Daarbij mag rekening worden gehouden met openbaar toegankelijke informatie waaruit blijkt dat de betrokkene stelselmatig verzoeken tot inzage van zijn persoonsgegevens en vorderingen tot schadevergoeding indient bij verschillende verwerkingsverantwoordelijken volgens een vergelijkbaar patroon.