Uitspraak
RECHTBANK Noord-Holland
1.De procedure
- de conclusie van eis in het incident van Suitable van 12 november 2025, met producties;
- de conclusie van antwoord in het incident van [verzoeker] van 24 november 2025, met producties;
- het vonnis in het incident van 21 januari 2026;
- de brief van mr. Van der Weijst van 9 februari 2026, met bijlagen;
- het vonnis in het incident van 18 februari 2026;
- de op 25 februari 2026 door [verzoeker] overgelegde producties;
- de akte van Suitable van 18 maart 2026;
- de akte van [verzoeker] van 18 maart 2026;
- het vonnis in incident tevens verwijzingsvonnis van 1 april 2026;
- de brief van de griffier aan mr. Van der Weijst en [verzoeker] van 13 april 2026;
- de akte overlegging producties van [verzoeker] van 21 april 2026;
- het verweerschrift van Suitable, met producties;
- de akte vermindering van verzoek van [verzoeker] van 23 mei 2026;
- de mondelinge behandeling van 1 juni 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. [verzoeker] heeft gebruik gemaakt van spreekaantekeningen, die hij tijdens de mondelinge behandeling aan de rechtbank heeft overgelegd. Suitable heeft bij monde van mr. Van der Weijst het woord gevoerd aan de hand van spreekaantekeningen, die tijdens de mondelinge behandeling aan de rechtbank zijn overgelegd. Beide sets spreekaantekeningen zijn daarmee onderdeel geworden van de processtukken. De rechtbank heeft de aan beide sets spreekaantekeningen gehechte producties verwijderd. Deze producties maken geen onderdeel uit van de processtukken.
2.De feiten
“Ik zie uw volledige en gemotiveerde reactie graag binnen de wettelijke termijn tegemoet.”
Eerder op 18 juli jl heb ik u een verzoek op grond van artikel 15 van Pro de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) toegezonden. Tot op heden heeft u daarop niet gereageerd.
3.Het verzoek en het verweer
- Suitable op straffe van een dwangsom beveelt om aan [verzoeker] inzage te verstrekken in alle persoonsgegevens die Suitable van [verzoeker] verwerkt,
- Suitable veroordeelt tot betaling van de proceskosten, waaronder de kosten van de dagvaarding en het griffierecht.
Daarbij komt dat het onduidelijk is wat de woonplaats van [verzoeker] is.
4.Het zelfstandig tegenverzoek
(i) verklaart voor recht dat [verzoeker] zich schuldig maakt aan misbruik van recht en misbruik van procesrecht en misbruik van advocatentuchtrecht;
(ii) [verzoeker] veroordeelt tot het betalen van een schadevergoeding van € 6.094,17, vermeerderd met een bedrag van € 29,80;
(iii) [verzoeker] veroordeelt in de (werkelijke) proceskosten;
(iv) bepaalt dat bepaalde stukken bij de beoordeling van het geschil buiten beschouwing blijven;
(v) bepaalt dat [verzoeker] een schriftelijke volmacht van ROI Services moet overleggen.
5.De beoordeling
de bedoeling van de betrokkene om een door de Unieregeling toegekend voordeel te verkrijgen door kunstmatig de voorwaarden te creëren waaronder het recht op dat voordeel ontstaat. Voor een dergelijke kwalificatie moeten voorts alle feiten en omstandigheden van het geval in aanmerking worden genomen.´ Daarbij mag rekening worden gehouden met openbaar toegankelijke informatie waaruit blijkt dat de betrokkene stelselmatig verzoeken tot inzage van zijn persoonsgegevens en vorderingen tot schadevergoeding indient bij verschillende verwerkingsverantwoordelijkheden volgens een vergelijkbaar patroon.
- nakosten € 189,00 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal € 7.047,97