ECLI:NL:RBNNE:2013:BZ7030
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing navorderingsaanslagen buitenlandse banktegoeden nalatenschap
De rechtbank Noord-Nederland heeft op 4 april 2013 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak over navorderingsaanslagen inkomstenbelasting, premie volksverzekeringen en vermogensbelasting met betrekking tot banktegoeden bij de Kredietbank Luxembourg (KBL). De navorderingsaanslagen zijn opgelegd aan de erven van wijlen [X], die betwist hebben dat hun vader rechthebbende was tot deze tegoeden.
De rechtbank overweegt dat de gegevens over de bankrekeningen rechtmatig zijn verkregen via de Belgische autoriteiten op grond van de EG-Richtlijn en dat het gebruik daarvan niet in strijd is met het EVRM of andere beginselen van behoorlijk bestuur. Het vermoeden dat [X] rechthebbende was tot de banktegoeden rust op de erven, die dit niet voldoende hebben ontkracht. De verklaringen ter verdediging zijn ongeloofwaardig en onvoldoende onderbouwd.
Verder oordeelt de rechtbank dat verweerder de navorderingsaanslagen met redelijke voortvarendheid heeft opgelegd, ondanks de lange procedure, en dat de aanslagen niet te hoog zijn vastgesteld. Het beroep op diverse beginselen zoals gelijkheidsbeginsel, rechtszekerheidsbeginsel, evenredigheidsbeginsel, zorgvuldigheidsbeginsel en motiveringsbeginsel faalt. Wel wordt de navorderingsaanslag IB/PVV 1996 verminderd en de heffingsrente dienovereenkomstig aangepast. Het verzoek om immateriële schadevergoeding wordt heropend voor nadere uitspraak.
Uitkomst: De navorderingsaanslagen zijn grotendeels terecht opgelegd, met vermindering van de aanslag IB/PVV 1996 en bijbehorende heffingsrente; overige beroepen worden ongegrond verklaard.