ECLI:NL:RBNNE:2015:1152
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot ontbinding arbeidsovereenkomst wegens vermeende veinzing arbeidsongeschiktheid
De werknemer is sinds 1980 in dienst en meldde zich in oktober 2013 ziek vanwege fysieke klachten. De bedrijfsarts en arbeidsdeskundige concludeerden dat de werknemer niet meer in staat was zijn functie uit te oefenen, waarna het Tweede Spoortraject werd gestart. De werkgever startte een ontbindingsprocedure wegens vermeende veinzing van arbeidsongeschiktheid, gesteund op observaties van een bedrijfsrechercheur en een negatief deskundigenoordeel van het UWV.
De werknemer betwistte deze beschuldigingen en stelde dat hij zijn fysieke beperkingen juist had gemeld aan de bedrijfsarts. De kantonrechter overwoog dat het aan de bedrijfsarts is om de arbeidsongeschiktheid vast te stellen en dat de werkgever deze route niet volledig had gevolgd. Het foto- en filmmateriaal van de bedrijfsrechercheur was onvoldoende om veinzing aan te tonen.
Verder bleek uit het deskundigenoordeel dat de fysieke gesteldheid van de werknemer was verbeterd, en de werkgever werd geacht hiervan op de hoogte te zijn via de bedrijfsarts. De kantonrechter achtte geen dringende reden of gewijzigde omstandigheden aanwezig die ontbinding rechtvaardigen.
Het verzoek tot ontbinding werd afgewezen en de werkgever werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van veinzing en vertrouwensbreuk.