De rechtbank Noord-Nederland behandelde het beroep van een eigenaar tegen de WOZ-waarde van zijn woning in het gaswinningsgebied van de NAM, waar aardbevingen plaatsvinden. De gemeente had de waarde per 1 januari 2012 vastgesteld op €204.000 en hield geen rekening met de gevolgen van de zware aardbeving van 16 augustus 2012.
De rechtbank stelde vast dat de aardbevingen en het verhoogde risico daarvan reeds op de waardepeildatum bestonden, ook al was dit toen nog niet algemeen bekend. Daarom moet de waarde worden bepaald naar de toestand op 1 januari 2012, inclusief het risico op aardbevingen tot kracht 5.0 op de Schaal van Richter en de daaruit voortvloeiende waardedrukkende factoren zoals imago-effect, kosten voor aardbevingsbestendigheid en rompslompschade.
Hoewel de fysieke schade aan de woning in 2012 was opgetreden, achtte de rechtbank deze niet waardeverlagend omdat herstelkosten volledig door NAM worden vergoed. De rechtbank concludeerde dat de gemeente onvoldoende had onderbouwd dat zij bij de waardering rekening had gehouden met alle waardedrukkende factoren. De eigenaar slaagde er ook niet in zijn lagere waarde aannemelijk te maken. Daarom stelde de rechtbank de waarde schattenderwijs vast op €181.000, een verlaging van circa 10% ten opzichte van de gemeente.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraak op bezwaar, verlaagde de WOZ-waarde, en veroordeelde de gemeente tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.