Waterbedrijf Groningen verzocht de ontbinding van de arbeidsovereenkomst met [A], procestechnicus drinkwater, vanwege een ernstige strafrechtelijke veroordeling voor verkrachting en mishandeling binnen zijn privésfeer. Ondanks dat [A] in hoger beroep ging en in vrijheid werd gesteld, leidde de zaak tot onrust en wantrouwen onder collega's en verlies van vertrouwen bij de werkgever.
[A] ontkende de feiten en stelde dat de beschuldigingen privéaangelegenheden zijn die geen invloed op zijn werk zouden mogen hebben. Hij was bereid zijn werkzaamheden te hervatten, maar werd niet meer ingezet door Waterbedrijf. De kantonrechter oordeelde dat de ernst van het delict, de onrust op de werkvloer en het wegvallen van vertrouwen reden zijn voor ontbinding, ook al is de veroordeling nog niet onherroepelijk.
De arbeidsovereenkomst werd ontbonden met ingang van 25 september 2015. Omdat de ontbinding plaatsvindt voordat de strafzaak definitief is afgerond, werd een voorwaardelijke ontbindingsvergoeding van €35.754 bruto toegekend, die alleen betaald wordt als [A] onherroepelijk wordt vrijgesproken. Beide partijen dragen hun eigen proceskosten. Waterbedrijf kreeg de mogelijkheid het verzoek in te trekken tot 22 september 2015.