Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.Het procesverloop
2.De feiten
3.Het verzoek
4.Het verweer, tevens houdende een voorwaardelijk / zelfstandig tegenverzoek
5.De beoordeling
Stcrt.2015/12685) zijn daarvoor nadere regels gesteld (Ontslagregeling).
Rechtbank Noord-Nederland
De werkgever verzocht de ontbinding van de arbeidsovereenkomst met de werknemer op grond van een verstoorde arbeidsverhouding volgens artikel 7:669 lid 3 sub g BW Pro. De werknemer trad sinds 2006 in dienst en vervulde de functie van voorman. Diverse incidenten uit 2011 en 2012 werden aangevoerd, maar de kantonrechter oordeelde dat deze oude voorvallen niet meer relevant zijn voor de beoordeling in 2015.
Een functioneringsgesprek in 2014 toonde een positieve beoordeling van de werknemer. Het incident in november 2014 leidde tot een laatste waarschuwing en tijdelijke tewerkstelling bij een zusterbedrijf. De werkgever stelde dat de werknemer niet formeel had gemeld terug te keren naar de oorspronkelijke vestiging, wat aanleiding was voor het ontbindingsverzoek.
De kantonrechter stelde dat de werkgever onvoldoende dossieropbouw had verricht en dat het verwijt te licht was om tot ontbinding te leiden. Ook was herplaatsing binnen een redelijke termijn mogelijk. Daarom werd het ontbindingsverzoek afgewezen. Het tegenverzoek van de werknemer om wedertewerkstelling werd toegewezen met een termijn van 14 dagen. De werkgever werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst wordt afgewezen en de werknemer wordt binnen 14 dagen wedertewerkgesteld.