Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.De procedure
- het tussenvonnis van 19 november 2014;
- het formulier “verdelen en verrekenen” van de zijde van [gedaagde] ;
- het proces-verbaal van comparitie van 6 maart 2015;
- de door [gedaagde] op 1 april 2015 overgelegde productie, houdende een taxatierapport;
- de akte van [eiseres] van 6 mei 2015;
2.De feiten
Partijen beschouwen deze regeling mede als de voldoening aan een dringende verplichting van moraal en fatsoen, welke verplichting voor zover nodig hierbij door ieder van hen uitdrukkelijk wordt aangenomen.
3.Het geschil in conventie en reconventie
4.De beoordeling in conventie en reconventie
De gemeenschappelijke woning
NJ1996, 617) ten aanzien van een periodiek verrekenbeding overwogen: “Laten partijen tijdens het bestaan van het huwelijk verrekening van het overgespaarde achterwege, hetgeen (…) de praktijk zal zijn, en blijft het recht tot verrekening bestaan, dan brengt een uitleg naar redelijkheid en billijkheid in verband met de aard van het beding mee dat bij het einde van het huwelijk ook de vermogensvermeerdering, ontstaan door belegging van hetgeen uit de inkomsten van een echtgenoot is bespaard maar ongedeeld gebleven, in de verrekening wordt betrokken.”
5.De beslissing
rolzitting van woensdag 12 augustus 2015voor akte uitlating aan de zijde van [eiseres] en stelt [eiseres] in de gelegenheid haar vordering ter zake van het niet uitgevoerd periodiek verrekenbeding uit de notariële samenlevingsovereenkomst nader te onderbouwen met inachtneming van hetgeen is overwogen in rechtsoverweging 4.9 tot en met 4.13., waarna [gedaagde] de gelegenheid krijgt tot het nemen van een antwoordakte;