ECLI:NL:RBNNE:2017:1908
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot vaststelling en betaling van gemiddeld all-in salaris locatiemanager
De zaak betreft een kort geding tussen een locatiemanager en haar werkgever AOG Contractonderwijs B.V. over de vaststelling van haar gemiddelde arbeidsomvang en het bijbehorende salaris. De werknemer vordert op grond van artikel 7:610b BW een vaststelling van haar gemiddelde arbeidsuren per maand en betaling van achterstallig loon op basis van een hoger gemiddeld aantal uren dan door de werkgever erkend.
De arbeidsovereenkomst bevat een oproepovereenkomst voor onbepaalde tijd met een uurloon, maar geen vaste arbeidsomvang. De werknemer werkt fluctuerend, afhankelijk van het aantal cursisten en opleidingen. De werkgever betwist de representativiteit van de door de werknemer gekozen referteperiode en stelt een lager gemiddeld aantal uren voor.
De kantonrechter overweegt dat het rechtsvermoeden van artikel 7:610b BW geldt, maar dat de gekozen referteperiode representatief moet zijn. De drie drukste maanden zijn niet representatief, wel het gehele jaar 2016. Op basis daarvan wordt de gemiddelde arbeidsomvang vastgesteld op 113,25 uren per maand, met een all-in maandsalaris van €1.732,72 bruto. De vorderingen van de werknemer worden afgewezen omdat deze uitgaan van een te hoog gemiddeld aantal uren en geen rekening houden met het fluctuerende karakter van het werk.
De buitengerechtelijke incassokosten worden niet toegewezen en de proceskosten worden gecompenseerd, waarbij partijen ieder hun eigen kosten dragen.
Uitkomst: De vorderingen van de werknemer tot vaststelling van een hogere gemiddelde arbeidsomvang en betaling van achterstallig loon worden afgewezen.