ECLI:NL:RBNNE:2017:2582
Rechtbank Noord-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen vergunning op grond van Wet Natuurbescherming
Verzoekster heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen een vergunning verleend door Gedeputeerde Staten van Drenthe aan een veehouderij voor uitbreiding van de veestapel, waarbij de stikstofdepositie toeneemt. De vergunning is verleend op basis van het Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) en de daarbij behorende passende beoordeling.
De voorzieningenrechter beperkt zich tot het verzoek tot voorlopige voorziening en verwijst naar een eerdere uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin werd geoordeeld dat de geconstateerde gebreken in het PAS geen aanleiding geven tot voorlopige voorzieningen. Ook de prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie over de Habitatrichtlijn leiden niet tot schorsing.
Verzoekster betoogt dat de leefgebieden van bepaalde beschermde soorten niet adequaat zijn betrokken in de passende beoordeling en ontwikkelingsruimte, maar de voorzieningenrechter acht aannemelijk dat deze leefgebieden samenvallen met de stikstofgevoelige habitattypen die wel zijn meegewogen. De onvolkomenheden in het Aerius-systeem rechtvaardigen in dit specifieke geval geen schorsing.
Gelet op de toelichting van de gemachtigde van verweerder en eerdere jurisprudentie wordt het verzoek afgewezen. Er worden geen proceskosten toegewezen en tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de vergunning op grond van de Wet Natuurbescherming wordt afgewezen.