Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
uitspraak van de meervoudige kamer van 2 februari 2017 in de zaken tussen
[eiser], te Wachtum, eiser,
derde-partijheeft aan het geding deelgenomen: A.H. Nieman, te Groningen, vergunninghouder,
Rechtbank Noord-Nederland
De zaak betreft een omgevingsvergunning verleend door het college van burgemeester en wethouders van Groningen aan een vergunninghouder voor de uitbreiding van een woning, waarbij het bouwplan in strijd was met het bestemmingsplan. Eiser, eigenaar van het aangrenzende perceel, stelde dat het balkon (loggia) binnen twee meter van zijn erfgrens was gesitueerd zonder zijn toestemming, wat een privaatrechtelijke belemmering vormt.
De rechtbank stelt vast dat het bouwplan inderdaad in strijd is met het bestemmingsplan en dat de vergunninghouder geen toestemming had van de buurman voor het balkon dat uitzicht geeft op diens tuin. Volgens vaste jurisprudentie is een privaatrechtelijke belemmering alleen relevant voor de bestuursrechter indien deze evident is. De rechtbank oordeelt dat dit hier het geval is, omdat het balkon binnen de wettelijk beschermde afstand van twee meter ligt.
Daarom vernietigt de rechtbank het bestreden besluit en herroept het primaire besluit van 29 september 2015. Tevens veroordeelt zij het college in de proceskosten van eiser en bepaalt dat het griffierecht wordt vergoed. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de rechtbank Noord-Nederland op 2 februari 2017.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het primaire besluit herroepen wegens een evidente privaatrechtelijke belemmering.