Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 november 2017 in de zaken tussen
derde-partijheeft aan het geding deelgenomen: [derde-belanghebbende], te [plaats], derde-belanghebbende,
Rechtbank Noord-Nederland
Eiseres sub 1.a. vroeg een omgevingsvergunning aan voor het vestigen van een supermarkt in een bestaand gebouw op een perceel in Franeker. Verweerder weigerde de vergunning op grond van strijdigheid met het gemeentelijke detailhandelsbeleid en het bestemmingsplan, waarna eiseres bezwaar maakte dat ongegrond werd verklaard. De rechtbank behandelt het beroep tegen deze besluiten.
De rechtbank overweegt dat een supermarkt niet onder de definitie van perifere detailhandel valt zoals opgenomen in het bestemmingsplan, waar alleen non-foodartikelen met een groot oppervlak worden genoemd. Het gemeentelijke beleid streeft naar concentratie van supermarkten in de binnenstad om de levendigheid en het winkelapparaat te beschermen. Dit beleid is niet in strijd met de Dienstenrichtlijn, omdat het een dwingende reden van algemeen belang betreft, namelijk de bescherming van het stedelijk milieu.
Eiseres sub 1.a. betoogt dat het beleid onredelijk is en geen nauwkeurige noodzakelijkheidstoets bevat, maar de rechtbank oordeelt dat het beleid binnen redelijke beleidsruimte valt en dat de vestiging van een supermarkt binnen het toegestane gebied mogelijk blijft. Het beroep is daarom ongegrond verklaard. Het beroep van eiseres sub 1.b. is niet-ontvankelijk omdat geen bezwaarschrift is ingediend.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de omgevingsvergunning voor de vestiging van een supermarkt is ongegrond verklaard.