ECLI:NL:RVS:2011:BT2816
Raad van State
- Hoger beroep
- J.H. van Kreveld
- H. Troostwijk
- S.F.M. Wortmann
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering vrijstelling en bouwvergunning supermarkt Almere
Flevoland Invest B.V. en anderen hadden bezwaar gemaakt tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Almere om vrijstelling en bouwvergunning te weigeren voor het gedeeltelijk veranderen en vergroten van een supermarkt en parkeergarage aan een locatie in Almere. Het college verklaarde de bezwaren ongegrond en de rechtbank bevestigde dit in haar uitspraak van 21 oktober 2010.
Flevoland Invest B.V. en anderen stelden in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte bepaalde partijen niet als belanghebbenden had erkend en dat het college onjuiste uitgangspunten had gehanteerd, waaronder een verkeerde meting van oppervlaktematen en een onjuiste feitenvaststelling over de verkoopvloeroppervlakte. Tevens betoogden zij dat het college de belangenafweging niet redelijk had gemaakt, mede gelet op eerdere afspraken met de gemeente en beleidsnota's.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het hoger beroep gegrond is voor zover het betreft Flevoland Invest B.V. en [appellant A]. De Afdeling vernietigde het besluit van het college van 2 maart 2010 en de uitspraak van de rechtbank, omdat het college bij de belangenafweging was uitgegaan van onjuiste feiten, in strijd met artikel 3:2 van Pro de Awb. Ook werd bevestigd dat [appellant B] geen belanghebbende was en dat [belanghebbende] terecht als partij was toegelaten.
Het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten aan Flevoland Invest B.V. en [appellant A].
Uitkomst: Het besluit van het college van Almere tot weigering van vrijstelling en bouwvergunning wordt vernietigd en het college wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.