ECLI:NL:RBNNE:2017:5102

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
13 oktober 2017
Publicatiedatum
11 januari 2018
Zaaknummer
C18/179430/PR RK 17-346
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36 Rv
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid van voorwaardelijk wrakingsverzoek wegens ontbreken concrete feiten voor partijdigheid

Verzoeker heeft een voorwaardelijk wrakingsverzoek ingediend tegen de rechters die betrokken zijn bij de behandeling van een andere procedure. Het verzoek richtte zich op het niet honoreren van een verzoek tot het indienen van schriftelijke stukken na sluiting van de mondelinge behandeling.

De rechtbank overweegt dat voorwaardelijke wraking niet mogelijk is omdat het verzoek niet is gedaan op het moment dat de feiten of omstandigheden bekend werden die aanleiding geven tot wraking. Daarnaast ontbreekt het aan concrete feiten of omstandigheden die de schijn van vooringenomenheid of partijdigheid wekken.

Daarom wordt verzoeker niet-ontvankelijk verklaard en wordt bepaald dat een volgend wrakingsverzoek in dezelfde procedure niet meer in behandeling wordt genomen. De procedure in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van het wrakingsverzoek.

Uitkomst: Het voorwaardelijke wrakingsverzoek wordt niet-ontvankelijk verklaard en de hoofdprocedure wordt voortgezet.

Uitspraak

beslissing

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Groningen
Zaaknummer: C18/179430/PR RK 17-346
beslissing van de meervoudige kamer van 13 oktober 2017
op het verzoek van de heer [naam], wonende te [woonplaats], verder te noemen verzoeker, tot wraking ingevolge artikel 36 van Pro het wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv).

1.Het procesverloop

1.1
Bij brief, ingekomen ter griffie op 3 oktober 2017, heeft verzoeker schriftelijk mrs.
R.B.M. Keurentjes,
P.H.M. Tapper-Wesselsen
M. Sanna(hierna: "de rechters") gewraakt in de procedure met C18/178731/PR RK 17-315.
1.2.
Op 9 oktober 2017 hebben de rechters schriftelijk medegedeeld niet in de wraking te berusten.

2.De overwegingen

2.1.
Het wrakingsverzoek heeft betrekking op de behandeling door de rechters als leden van de wrakingskamer van de zaak met het zaaknummer C18/178731/PR RK 17-315.
2.2.
Verzoeker heeft aan zijn wrakingsverzoek ten grondslag gelegd dat indien de rechters zijn verzoek tot het na de sluiting van de mondelinge behandeling van de zaak met het zaaknummer C18/178731/PR RK 17-315 indienen van schriftelijke stukken, niet honoreren, zij gewraakt dienen te worden. De voorwaarde waaronder het wrakingsverzoek is gedaan, is vervuld. De gewraakte rechters zijn niet op hun beslissing teruggekomen.
2.3.
Verzoeker zal in zijn verzoek niet-ontvankelijk worden verklaard. Daarvoor is redengevend dat, gelet op het moment waarop het verzoek is gedaan en het voorwaardelijke karakter van het verzoek, niet aan de wettelijke eis wordt voldaan dat op het moment dat verzoeker feiten of omstandigheden bekend zijn geworden die aanleiding vormen voor het verzoek tot wraking, het verzoek tot wraking ook wordt gedaan. Ware dat al anders, dan had dat verzoeker niet kunnen baten. Het wrakingverzoek richt zich tegen een procedurele beslissing. Een voor verzoeker (mogelijk) onwelvallige procedurele beslissing levert, in beginsel, geen grond voor wraking op. Dat zou alleen anders kunnen zijn als verzoeker concrete feiten of omstandigheden had aangevoerd waaruit kan worden afgeleid dat het de rechters door de procedurele beslissing aan onpartijdigheid ontbreekt of dat met de procedurele beslissing de schijn van vooringenomenheid of partijdigheid jegens verzoeker is gewekt. Dergelijke feiten of omstandigheden zijn door verzoeker niet aangevoerd. Aldus is sprake van een kennelijk niet-ontvankelijkheid van verzoeker en kan op het verzoek tot wraking zonder mondelinge behandeling worden beslist.
2.4
De rechtbank ziet in het verzoek en de gronden waarop het berust, aanleiding om te beslissen dat een volgend wrakingsverzoek in de procedure met het zaaknummer C18/178731/PR RK 17-315 niet meer in behandeling zal worden genomen.

3.De beslissing

De rechtbank
- verklaart verzoeker in zijn verzoek niet-ontvankelijk,
- bepaalt dat de procedure in de hoofdzaak met zaaknummer C18/178731/PR RK 17-315 wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van het indienen van het verzoek tot wraking;
- bepaalt dat een volgend wrakingsverzoek in voormelde procedure niet meer in behandeling zal worden genomen,
- beveelt de onverwijlde mededeling van deze beslissing aan verzoeker en
mrs. R.B.M. Keurentjes, P.H.M. Tapper-Wessels en M. Sanna.
Deze beslissing is gegeven door mrs. B.R. Tromp, voorzitter, S. Dijkstra en L. Mulder, leden, in tegenwoordigheid van mr. J. Faber, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 13 oktober 2017.