ECLI:NL:RBNNE:2017:877
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Verzoek op grond van Wet bescherming persoonsgegevens tot verstrekking volledig overzicht persoonsgegevens
In deze civiele procedure verzoekt verzoekster NAM om op grond van artikel 46 jo Pro. 35 Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) een volledig overzicht te verstrekken van de persoonsgegevens die NAM van haar verwerkt. NAM had reeds een deel van de gegevens verstrekt, maar verzoekster stelt dat dit niet volledig is en dat NAM niet aan haar verplichtingen heeft voldaan.
NAM voert primair aan dat het verzoek te laat is ingediend en subsidiair dat zij reeds volledig heeft voldaan aan het verzoek. De rechtbank oordeelt dat NAM na 10 augustus 2016 nog aanvullende stukken heeft verstrekt, waardoor de termijn voor het indienen van het verzoek pas op 28 september 2016 is aangevangen. Verzoekster is derhalve ontvankelijk.
De rechtbank stelt vast dat NAM met de brief van 10 augustus 2016 en de CRM-lijst slechts globale en onvoldoende begrijpelijke informatie heeft verstrekt, waardoor verzoekster niet in staat is kennis te nemen van de verwerkte persoonsgegevens en de juistheid daarvan te controleren. NAM heeft onvoldoende gemotiveerd dat de ontbrekende documenten interne notities betreffen, zodat het inzagerecht zich daarop uitstrekt.
De rechtbank veroordeelt NAM om binnen zes weken een volledig overzicht te verstrekken van de persoonsgegevens die zijn verwerkt in de stukken die betrekking hebben op contactmomenten acht tot en met zestien van de door verzoekster overgelegde lijst. Tevens wordt NAM veroordeeld tot betaling van een dwangsom bij niet-nakoming en in de proceskosten. Het verzoek tot nadere informatie over verstrekking aan derden wordt afgewezen.
Uitkomst: NAM wordt veroordeeld tot het verstrekken van een volledig overzicht van verwerkte persoonsgegevens en betaling van een dwangsom bij niet-nakoming.